De magische formule voor reclamemakers

Tien Dingen Die Ze Je Niet Vertellen Over Reclamemaken, Voordat Je Eraan Begint (3)

De magische formule voor reclamemakers

Reclamemaker Herbert van Hoogdalem heeft de brandende ambitie om het vak te verrijken. Niet alleen met creatief werk, maar ook met een serie columns over reclamemaken, exclusief op Marketingfacts. Na de inleiding en de eerste en tweede column is het nu tijd voor deel 3: 'De magische formule voor reclamemakers.'

Waar ik normaal gesproken voor mijn dagelijks brood concepten ontwikkel, heb ik er ook een keer een tijdje in één geleefd.

Het werd bijna mijn dood.

Ik ga er nog een keer een roman aan wagen, maar in deze serie lessen is een korte terugblik wel relevant. Naast dat het me van alles kostte (een aantal vrienden, mijn waardigheid, mijn gezondheid, mijn zelfvertrouwen, het geloof in de Liefde, een Belangrijke Afslag in mijn leven die ik wel had moeten nemen, een zoon zien opgroeien en een burn-out), heeft het me ook veel gebracht.

"Never waste a good crisis" immers. We zagen de quote allemaal vaak genoeg voorbij komen op onze socials, de voorbije lock down-weken.

Eén van de lessen was het inzicht in de Magische Formule van het Scheppen, en daarmee een derde natuurwet waaraan we ons als reclamemakers dienen te houden - tenminste, als we van het goede soort zijn. En het goed willen doen.

Ze had een naam, ook al probeer ik die nog steeds te verdringen. En volgens goed gebruik in deze serie hussel ik vanwege privacyredenen soms wat letters door elkaar in dat alfabet. Dus we noemen haar ‘R’.

Natuurlijk ontmoette ik haar in ‘het vak’.

Ik heb immers geen hobby's, ben niet lid van verenigingen, het woord ‘sportclub’ heb ik net moeten googelen om het op de juiste wijze te schrijven, een hond heb ik pas sinds een week, winkelen doe ik online, er is geen kroeg die ik niet al van binnen heb gezien (en bij small talk ga ik óf slaan óf loop ik weg) en vrienden koppelen me niet - ze kijken wel uit. Daarnaast heb ik nooit zo goed de scheiding weten te maken tussen privé en werk, voor mij is Alles één.

We schrijven november 2014 als ik hen definitief verlaat na wat nooit een relatie werd, maar misschien drie maanden ‘leuk’ was op zeventien maanden tergende teloorgang. De eerste drie, natuurlijk. Zo gaat dat. Toen het roze er af was, had ik mijn zonnebril weer op moeten zetten en verder reizen - as usual. Maar ik dacht serieus dat er een toekomst in zat, en dat het een keer voor me weggelegd was.

Mijn wonden likkend, de miljoenen versplinterde deeltjes van wat eens mijn identiteit was weer bij elkaar rapend, de bloederige delen van mijn uitgerukte hart weer aan elkaar hechtend, viel op een avond opeens het kwartje.

Of beter: denderde de euro met zwaar geraas neer. Als het meer geluid gemaakt had, was het zeker een biljet van 500 euro geweest.

‘R’ was ‘communicatie-adviseur’. En op haar gebied best een goede (in elk geval volgens haar LinkedIn-profiel).

Ik deed ‘iets’ met communicatie, en ook niet bepaald onsuccesvol.

Toch strandde het (wat ‘het’ ook was) op communicatie. Of het gebrek eraan. Of het verschil van inzicht in wat goede en efficiënte communicatie eigenlijk is. Het waren twee niet te ondertitelen talen, en toch lagen ze best dicht bij elkaar. De ene een accent, de andere een verbastering. Bloedlink, want: je kunt allebei heel lang geloven dat je hetzelfde bedoelt, hoort en zegt als de ander.

Het dodelijke verschil zat hem in de motivatie waarmee de taal werd gebruikt.

‘R’ was woordvoerder.

Ik ben reclamemaker.

En daar ging het mis.

Een woordvoerder is getraind om iets niet te zeggen. Of om iets anders te vertellen dan het is. Om iets uit de weg te gaan. Om iets achter te houden. Om op een ander onderwerp over te schakelen.

Waar heb je anders een woordvoerder voor nodig? Een beetje vent of een vrouw met ballen doet zelf het woord, neemt zelf de verantwoordelijkheid. Het feit dat je daar iets tussen schuift, zegt al genoeg.

Een woordvoerder is nu eenmaal getraind om iets niet te zeggen

Een woordvoerder hoopt dat zo min mogelijk mensen ‘het verhaal’ oppikken, dat het als een schip in de nacht voorbij glijdt. Een woordvoerder ‘framed’, leidt af, weegt, wikt, managed, piepelt en lobbied er oplos, Net zo lang tot er een mooi rookgordijn ligt of het verhaal zo verdund is dat er geen smaak meer aan zit, en het voor de pers niet meer interessant is. Laat staan voor een lezer, toehoorder, klant, medewerker, leverancier of fan.

Woordvoerders worden vaak ook ingeschakeld door ‘complexe bestuurlijke’ organisaties, met ‘veel stakeholders’ - zoals bijvoorbeeld zo’n bestuur waar ik het niet geheel toevallig nog over had in het vorige deel (over die dramatische Zoom-call).

Nu kan dat natuurlijk, en mag dat. Ik heb daar verder geen mening over. Ik observeer. Ieder z’n vak.

Maar ook een feit: ik heb nog nooit een #pats #boem #rechttussendeogen campagne gezien van een organisatie (of merk, of bedrijf) die iedereen tevreden wil houden, rekening houdt met meer dan twee belangen, niemand voor het hoofd wil stoten, geen uitspraken durft te doen en nergens voor kan gaan staan omdat ze stiekem eigenlijk niet weten waarvoor ze staan, en alléén maar bezig zijn met de waan van de dag - met het consolideren van de status quo.

Daarom wordt het ook nooit iets tussen reclamemakers en woordvoerders. En vooral: nooit iets tussen reclamemakers en dat soort organisaties.

Reclamemakers werken diametraal tegengesteld.

Aan het andere, andere, andere uiterste van het spectrum (had ik al ‘andere’ genoemd?)

Een reclamemaker gáát direct op zoek naar de kern, naar de essentie.

Naar: de Waarheid.

Van een boodschap. Een merk. Een bedrijf. Een aanbod.

Lasergestuurd snijden we direct alle bull-shit en afleiding weg.

Tot we een ingedroogd residu hebben. Een kernachtige boodschap. Die klopt bij de identiteit van de afzender, opmerkelijk is, uniek, herkenbaar, welkom én een probleem oplost.

En dat gaan we vervolgens zo overtuigend en impactvol mogelijk vertellen, aan zoveel mogelijk mensen. Van binnen, naar buiten.

#pats.

#boem

#rechttussendeogen

Eén van de beste definities van (goede) ‘reclame’, ik wou dat ik hem zelf verzonnen had, is: “Truth well told.”

Hij wordt vaak ten onrechte toegeschreven aan een van meest Iconische reclamemannen ooit, Bill Bernbach. Maar ‘helaas’ is-ie van een onbekende grootheid en heeft McCann er haar mission statement van gemaakt. Helaas, want McCann staat nu niet bepaald bekend als het meest creatieve bureaunetwerk ter wereld. Maar: soit. Dat doet niets af aan de houdbaarheid en de waarheid van de definitie.

Reclame is het goed vertellen van de waarheid, maar dat gaat soms mis

Dat ‘goed vertellen van de waarheid’, gaat nog weleens mis. To put it mildly. En vaak heeft dat niet zozeer te maken met ‘de waarheid’, die ligt immers altijd in het midden, maar vaker met de identiteit van de afzender. Veel merken, bedrijven en organisaties gedragen zich niet naar hun wérkelijke identiteit, waardoor je als reclamemaker nog zo je best kunt doen, maar het gevaar bestaat dat je óf ongeloofwaardig wordt óf reclame maakt voor een hele categorie, een hele sector. Waardoor je boodschap verdwijnt in een brij van hetzelfde wrange en nietszeggende gereutel, en je je geld net zo goed in je zak had kunnen houden.

En: wat voor merken geldt, geldt net zozeer voor mensen. Als je imago, de optelsom van alles wat je zegt, doet, beweert én vooral de manier waarop, niet klopt bij wie en wat je wérkelijk, diep van binnen, in essentie bént - bij je identiteit dus - gaat het gruwelijk mis.

Voorbeelden? Altijd leuk. Ik heb hier boekenkasten vol staan, en anders zitten ze wel in mijn hoofd. Maar laten we het dit keer vooral dichtbij houden, dichtbij de actualiteit, het recente verleden.

Daarbij wil ik graag aantonen dat reclame slechts een héél klein radertje is in de optelsom van gedragingen, uitingen, beweringen, handelingen (of niet-handelingen) van een merk. Of een mens. We mochten willen dat we als beroepsgroep überhaupt zoveel invloed hebben als we in een arrogante bui of een vlaag van teveel zelfvertrouwen weleens denken.

Picture this.

Het is zomer 2019, en het is één van de warmste dagen van het jaar. Een graad of 40, want dat tikten we in die zomer weleens aan. Ik sta na een afspraak met een klant in Arnhem, even op straat. Ik check mijn telefoon, en rook een sigaret (sorry, één van mijn laatste zwakheden nog), voordat ik weer koers zet naar het station.

Opeens valt het me op dat aan de overkant van de verder lege straat een dikke, verlengde BMW 7-serie staat, een diesel, met draaiende motor - fout geparkeerd én met niemand erin. Nu kan dat natuurlijk twee minuten, ik ben ook niet Roomser dan de Paus. Maar nadat ik bijna denk: “Nog een sigaret dan maar?”, realiseer ik me dat ik dus al bijna tien minuten sta te kijken naar een belachelijk en surrealistisch schouwspel. Ik bedenk me dat dit niks anders kan betekenen dat het een auto is van een CEO, die alvast ‘warm’ draait zodat de airco lekker koel is als meneer straks rechts achterin plaatsneemt.

Dus ik kijk waar ik eigenlijk sta, en dat blijkt pal voor het hoofdkantoor van Zorgverzekeraar VGZ. Vol ongeloof over zoveel onzorgvuldigheid en domheid, pak ik mijn iPhone weer. En hun website erbij. Daar lees ik teksten als “... een gezonder Nederland, iedere dag weer”. En: “We proberen op verschillende manieren goed om te gaan met het milieu...” Ik meen me zelfs te herinneren iets tegen te komen over een speciaal programma om medewerkers te stimuleren met de fiets naar kantoor te komen. Om twee vliegen in één klap te slaan: het milieu te ontlasten en de gezondheid van medewerkers te bevorderen. Inmiddels zijn we bijna twintig minuten verder, en nog geen spoor van iemand die er blijk van geeft bij de zwaar vervuilende auto te horen.

(…)

Dan komen er twee mensen uit het pand, en lopen naar de auto. Eén overduidelijk de CEO, jasje losjes over de arm, aktetas en de blik stoïcijns op de iPhone. De ander is natuurlijk de chauffeur, die zich duidelijk doodschaamt en wat murmelt over "de auto koud houden voor de baas", als ik hen aanschiet en mijn verbazing met hen wil delen. Maar voordat dat écht lukt, zijn ze weg. Volgas.

Moet je mij hebben. Daar maak ik onmiddellijk een Facebook-update van. Waarbij ik alles en iedereen ‘tag’ en vooral de afdeling Woordvoering vraag om een reactie. Drie keer raden? Inderdaad: tot op de dag van vandaag nog niks vernomen.

Nu heb ik niet zoveel volgers op Facebook, en misschien dat mijn update er toe leidt dat er - inclusief mijzelf - misschien twintig mensen besluiten zich nooit en te nimmer bij VGZ te laten verzekeren. Maar de post blijft tot in lengte van dagen vindbaar via Google. En deze blog gelukkig ook.

Wat denk je als merk als je gedrag zich niet verhoudt tot je statements?

Wat ben je dan aan het doen, als merk? Als je gedrag zich niet verhoudt tot je statements? Als je het niet interessant genoeg vindt om een reactie te geven, en die pak ‘m beet twintig misgelopen klanten maar voor lief neemt?

Ik weet het niet. Maar wat ik wél weet is dat het dédain er vanaf druipt. De totale ongeïnteresseerdheid in je maatschappelijke speelveld en je verantwoordelijkheid. Stuitend, vind ik het.

Nog een leuk voorbeeld? Van een imago dat zich niet juist verhoudt tot een identiteit?

De schoenen van minister Hugo de Jonge. Man, man, man. Ik vond het al weerzinwekkend dat-ie destijds op het bordes ging staan met de koning en de rest van de ministersploeg in die clownschoenen (ja, dat zegt een notoire ‘zich-niet-aan-de-regetjes-houder’, maar zelfs die kennen grenzen).

Maar toen-ie lekker wijdbeens, de schoenen goed zichtbaar, achter het katheder ging staan op het moment dat-ie (“Joepiedepoepie!”) het stokje overnam van die arme ingestorte Bruno Bruins, kreeg ik vlekken voor mijn ogen. En ja hoor, dat kwam weer op Facebook. Met alle gevolgen van dien.

En ja, soms moet je de mensen er kennelijk op wijzen dat mensen zich anders gedragen dan ze écht zijn. Dat zo’n heel circus rondom Hugo tot in de puntjes geregisseerd wordt, om hem zo snel mogelijk in het Torentje te krijgen. Dat die (gesponsorde!) schoenen, en die ‘lekker makkelijke moderne kleding’, dat kékke moderne tafereeltje waarin hij zijn haar laat knippen door moeder de vrouw (let ook op het zorgvuldige uitgezochte bij-de-tijdse kruisbeeld boven de deur - precies in beeld - én de zeer bewuste opmerking dat hij de kapper via een Tikkie betaalt), die ‘hartverwarmende’ aanname van de door Huawei gesponsorde mondkapjes die later rommel bleken te zijn (wat alleen maar een PR-stunt is omdat Huawei in de race is voor de tender van het 5G-netwerk), die filmpjes van hem elke vrijdag - dat dat alleen maar imagebuilding is. Een ‘personal branding’-campagne. Waar heel veel geld en tijd in zit.

En dat de werkelijke Hugo de Jonge helemaal niet bezig is met het landsbelang, of de volksgezondheid. Het is gewoon een egotripper die alleen maar aan zijn eigen carrière denkt. Er is niets moderns aan deze man. Hij leeft volgens de regels van een boek dat al 2000 jaar verkeerd wordt uitgelegd en denkt dat de stenen tafelen van De Man Met De Baard Op De Grote Witte Wolk zijn hang naar neo-conservatisme in een tijdsgewricht als dit nog steeds ondersteunen.

Je ruikt het gewoon, als een boodschap niet klopt met de werkelijkheid.

En een mooier bewijs daarvan dan de eenheidsworst van al die merken die wereldwijd opeens tijdens het begin van Corona met zijige tv-commercials gingen ‘inhaken’ op de lockdown en de nieuwe werkelijkheid, kan ik niet bedenken. Een tsunami aan meer-van-hetzelfde overspoelde ons. Allemaal ‘sterke’ merken, met decennia aan bestaansrecht. Ongetwijfeld allemaal een dik ‘brand book’, een ‘manifest’, ‘kernwaarden’ en door dure marketeers jarenlang ontwikkelde positioneringen en proposities. Maar wat doen ze, in paniek? De een na de ander maakt éxact dezelfde film. Met dezelfde shots. Dezelfde piano-muziekjes. Dezelfde voice-overs. En dezelfde boodschap: “We zijn er voor je. Ook in deze tijden.”

Los van de irrelevantie van die boodschap (alsof dat was waar we als consumenten nou nét op zaten te wachten, terwijl we opeens geconfronteerd werden met jengelende kinderen thuis en een partner die we al niet konden luchten of zien - om van de omschakeling naar het thuiswerken nog maar te zwijgen, valt niet mee zonder wc-papier), verspeel je daar als ‘Merk’ natuurlijk al je geloofwaardigheid mee. Dertig jaar werk, in vijfendertig dure seconden weggevaagd.

Dat krijg je als merken in paniek raken en het gevoel krijgen dat ze 'iets moeten'

Dat krijg je, als mensen, als merken opeens in paniek raken. En het gevoel hebben dat ze ‘iets moeten’. Ze moeten helemaal niks. Juist niet. Even stilzitten. Naar binnen gaan, zoals we allemaal moesten. En áls je dan iets wilt doen, zorg dan dat je trouw blijft aan jezelf.

Was er ook een uitzondering? Is er nog iets positiefs te melden? Ja hoor. Meer dan genoeg zelfs.

De hartveroverende actie van Rituals, met hun ‘goodie bags’ voor de zorg. Bijvoorbeeld. Maar liefst 200.000 stuks vonden hun weg naar de enige juiste bestemming, en als er iets klopt met de identiteit van het merk Rituals, is het dit wel. Rust, zelfzorg, geschenken, bijkomen, ontspanning, balans - alles zit er in. Bedacht door een reclamebureau? Of een stelletje slimme marketeers? Welnee joh. Gewoon: recht uit het hart van oprichter Raymond Cloosterman. Uit het hart, dus: dan klopt het.

Net zoals de geniale campagne voor Netflix, die ik inmiddels hoog in mijn top-3 van Beste Campagnes Ter Wereld Ooit heb staan, naast de onnavolgbare Nike-campagne met Colin Kaepernick (over staan waar je voor je staat gesproken) en de krankzinnig indrukwekkende ALS-campagne van Jeroen & Marcel. Die is zo #pats #boem #rechttussendeogen, omdat-ie ‘speelt’ met een belangrijk ‘human insight’, namelijk dat niemand onverwacht geconfronteerd wil worden met een spoiler. Werkelijk: superb. En ook hier: het merk zelf bleek er niks mee te maken hebben. En was zelfs zo dom zich ervan te distantiëren. Rechtstreeks ‘geplukt’ uit de ether, gevoeld in de ruimte, door een paar studenten in Berlijn die een lijntje hadden met wat er wél mogelijk is, maar nog niet bestaat.

En natuurlijk: de Honda-commercial, gemaakt door Ogilvy. Een diamantje van bescheidenheid, zelfspot, ‘kleinheid’, relevantie, oplossingsgericht denken, innovatie, humor en sympathie. Precies al die dingen waarvan je kunt aannemen dat het merk Honda daar ook écht voor staat. Al jaren. Dus nu ook. Maar denk je nu echt dat die bedacht en gemaakt is aan de hand van een briefing? Welnee joh. Het is een schoolvoorbeeld van een paar creatieven die ‘ingetuned’ waren op ‘Het Veld’, een briljante ingeving kregen en het met liefde gingen uitvoeren. Immers: alles wat dááruit komt, dat immense universum, vol waarheid, is écht. Is waar. Klopt. Als een bus. Dat voel je. Niet alleen als reclamemaker, maar vooral: als consument.

Alledrie de voorbeelden hebben heel goed, al dan niet bewust, gebruik gemaakt van De Magische Formule.

“Zo binnen, zo buiten.”

“Zo boven, zo beneden.”

Toegeschreven aan Hermes Trismegistus, maar dat is een beetje jammer. Of die ooit bestaan heeft, weten we namelijk niet. Maar dat dondert niet.

De Wet klopt namelijk wel, misschien nog wel meer dan de eerste 3 waar ik hier en hier over schreef. Een Idee Kan Alleen Maar Goed Zijn Als Het De Waarheid Vertelt. En die zit diep, heel diep van binnen.

Dus.

De volgende keer moet je als reclamemaker héél goed opletten als je één van deze twee opmerkingen hoort:

“Jongens, we hebben een nieuwe campagne nodig!”

Of:

“Mensen, we moeten onszelf opnieuw op de kaart zetten!”

Dan moeten je haren recht overeind gaan staan. Dan moeten al je antennes automatisch uitschuiven. Moet je héél alert zijn.

Het gevaar is namelijk dat mensen (en vooral: bureaus) dan opeens heel hard gaan rennen. En allerlei dingen gaan ‘doen’. De executie inschieten (“Vlug... een filmpje!”, “Nee, een social media campagne!”, “Of anders... een brand activation!”) en die een beetje bijstellen en bijsturen als die aan de hand van de beschikbare data niet helemaal werkt.

Ho. Stop. Niet doen. Doodzonde. Van de tijd. En het geld.

Eerst: nadenken.

Terug naar de basis.

Terug naar de bron.

Wie zijn we ook alweer? Waar staan we voor? Wat vinden we? En waarom vinden we dat? En wat betekent dat voor wat we nu willen gaan doen, gaan vertellen? En aan wie? Waarom nú? En waarom, met welk doel?

Pas als je dat weet, kun je ook beoordelen of de ideeën en de campagnes die je ‘bedenkt’, goed zijn. Of ze kloppen. Waar zijn. Gaan werken.

En dan nog dien je je te realiseren dat ideeën en campagnes alléén nooit genoeg zijn. Je moet ook wáármaken wat je beweert. Van de manier waarop de telefoon bij je opgenomen wordt, tot hoe je de producten inpakt die verzonden worden, tot aan hoe je de auto van de CEO al dan niet voor je hoofdkantoor parkeert.

Maar wat dan als je niet weet waar je voor staat? Nou, simpel. Dat weet je wel, anders had je nooit het bedrijf gehad dat je nu hebt. Je hebt het tot nu toe alleen ‘op gevoel’ gedaan. En dan wil het helpen als je dat gevoel, dat ‘Zo Binnen’ eens een keer naar ‘Zo Buiten’ brengt. Als je het manifesteert. Op papier (of iets anders) zet. Werkelijkheid maakt.

Doe ik dat zelf altijd goed?

Nee hoor. Ik maak dagelijks (vele!) fouten. En Godzijdank ook in mijn werk.

Laatst nog.

Omdat ik sinds deze campagne nog weleens gezien wordt als ‘expert’ in personeelswerving (onzin, natuurlijk), werd ik gebeld door een grote kinderopvangorganisatie. Die enorm omhoog zaten, en dringend personeel nodig hadden.

Allemaal leuk en aardig, maar waar staan jullie nou eigenlijk voor?

Allemaal leuk en aardig, zei ik, maar: wie zijn jullie? Waar staan jullie voor? En is jullie imago wel in lijn met jullie identiteit? Nee, hè? Moeten we dat dan niet eerst eens vast gaan stellen, gaan onderzoeken? Samen, met z’n allen? Anders gaan we straks allemaal mensen werven die uiteindelijk op een boodschap afkwamen die niet bij de club blijkt te passen. Of we werven mensen die niet bij ons horen.

Zo gezegd, zo gedaan.

We planden een weekend, waarin we met het managementteam en de zogeheten ‘key employees’ opgesloten in een hotel op zoek zouden gaan naar onszelf - dat soort sessie’s doe ik vaker samen met Jeroen. Pas van daar uit zouden we een goede (de)briefing kunnen opstellen en zou helder worden wat nu eigenlijk de vraag of de behoefte was.

Maar: twee weken daarvoor, op een vrijdagavond. Opeens een appje, van de baas. “Van Hoogdalem, we moeten echt schakelen, we hebben dringend werving nodig, er is geen seconde te verliezen!”

Tja. Wat doe je dan? Althans: wat deed ik dan? In mijn jeugdige ongeduld? In mijn trappelende jongehondengedrag? In mijn ‘trek’ om mezelf weer eens te bewijzen (fout, fout… dat is ego, en heeft natuurlijk niets te maken met de klus zelf).

Ik pakte mijn schetsblok.

Mijn stiften.

En nog een stevige dubbele espresso.

Want tja. Ik zat niet in de kroeg. Niet op de sportclub. Niet in het wijkgebouw. Ik had mijn hond nog niet. En ik was eens een keer niet aan het online winkelen.

Ik dacht: “Dat doe ik wel even op basis van mijn ervaring, mijn fingerspitzengefühl.” Toch niks beters te doen, nu.

En ja hoor, daar kwamen ze. De ideeën. De campagnes. De één na de ander.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

BAM.

En geloof me: ze waren verdomd goed. Alle negen.

Maar toen ik in de presentatie zat, konden we niet kiezen. Ik niet. En de klant ook niet. Ze waren allemaal, in a way, wel goed. Maar ja: waar konden we dat ‘goed’ (of ‘niet-goed') aan afmeten? Nergens aan. Dom, dom, dom.

En ja hoor.

Toen we drie weken later, terug uit het hotel, onze zaakjes op orde hadden, toen er een ‘brand book’ lag met daarin keurig de missie, die visie, de kernwaarden, het gedrag, de klantbeleving, de positionering, de propositie, een ‘Big Idea’, een strategie en een - al zeg ik het zelf - vrij geniale pay-off, zag ik dat weer eens in de val was getrapt waar ik anderen steeds voor waarschuw.

Geen van de negen campagnes bleek te kloppen met ‘De Binnenkant’. Dus konden we weer opnieuw beginnen.

Zoals ik eigenlijk elke dag doe.

Bij elke klus weer.

Op zoek naar De Waarheid. En Niets Dan De Waarheid.

Zo.

Waarlijk.

Helpe.

Mij.

Hermes.

Voor Marketingfacts schrijft Herbert van Hoogdalem een serie van tien columns over reclame maken. Lees ook de inleiding en het interview met hem. Volgende keer: de grote misvatting dat je heel hard moet werken om een goede reclamemaker te zijn. Hoe het proces in elkaar hoort te zitten en waarom je je beter niks van dat proces aan kunt trekken. En als toegift: drie situaties waarin ik mijn beste ideeën bedenk (spoiler-alert: bij twee ervan ben ik naakt).

Credits afbeelding: Honda, licentie: Alle rechten voorbehouden

Delen



Er zijn 0 reacties op dit artikel

Plaats zelf een reactie

Log in zodat je (in het vervolg) nóg sneller kunt reageren

Vul jouw naam in.
Vul jouw e-mailadres in. Vul een geldig e-mailadres in.
Vul jouw reactie in.

Herhaal de tekens die je ziet in de afbeelding hieronder


Let op: je reactie blijft voor altijd staan. We verwijderen deze dus later niet als je op zoek bent naar een nieuwe werkgever (of schoonmoeder). Reacties die beledigend zijn of zelfpromotioneel daarentegen, verwijderen we maar al te graag. Door te reageren ga je akkoord met onze voorwaarden.