Een briefing is tegenwoordig een merkwaardig ding geworden. Vroeger was het een poging om iemand duidelijk te maken wat je nodig hebt.
Ik bezoek al een paar jaar de eindexamenexposities van kunstacademies niet meer. Simpelweg omdat ik, toen ik dat nog wel deed, zelden iets zag waarvan ik dacht: wow, dat is echt fantastisch! Ik vind het allemaal wat braaf en zeer matig geïnspireerd. Zeker als ik het bekijk vanuit mijn eigen perspectief van merk en design. Dat is anders wanneer ik het werk van academies in het buitenland zie. Daar blijkt vaak veel meer eigenheid en urgentie uit.
AI verlaagt de kosten van contentproductie razendsnel, maar die efficiëntiewinst leidt niet automatisch tot betere marketing en waarschijnlijk vooral tot méér content, méér campagnes en méér AI-slop.
Jarenlang gold binnen organisaties dezelfde overtuiging: groei vraagt om meer mensen. Meer specialisten, meer managementlagen, meer overleg en meer capaciteit. Maar de realiteit van vandaag ziet er anders uit. Marketing- en communicatiedirecteuren staan onder toenemende druk.
De afgelopen weken stond LinkedIn volop in de belangstelling. Niet vanwege een nieuwe functionaliteit of een grote overname, maar door een bericht van Chief Product Officer Hari Srinivasan. In zijn post kondigde hij aan dat LinkedIn een nieuwe generatie AI-classifiers inzet om zogenoemde AI Slop te herkennen en de verspreiding ervan te beperken. Daarnaast kunnen gebruikers sinds kort ook berichten rapporteren wanneer zij denken dat deze voornamelijk uit AI-gegeneerde, laagwaardige content bestaan.
Bij veel bedrijven hebben SEO, UX en CRO elk hun eigen plek in de organisatie. SEO zorgt daarbij voor de zichtbaarheid in zowel zoekmachines als AI-modellen. UX gaat over de inrichting van de website. CRO probeert vervolgens meer rendement uit het verkeer te halen.
AI krijgt in marketing steeds meer concrete toepassingen, maar het aanbod aan tools groeit zo snel dat overzicht houden lastig is. In deze vaste rubriek belichten Marketingfacts en RankmyAI elke twee weken een AI-toepassing die relevant is voor marketeers.
Het kan je niet ontgaan zijn, Instagram heeft zijn visuele identiteit aangepast. De eerste reacties zijn gemengd, maar rond het nieuwe woordmerk eerder negatief dan positief. De kritiek concentreert zich vooral op één concreet probleem: de nieuwe r wordt door mensen als een z gelezen, waardoor ‘Instagram’ optisch op ‘Instagzam’ lijkt. Dat grapje verspreidde zich vrijwel meteen.
Jarenlang was de vraag in elk marketingteam vrij simpel. Wie kan wat goed uitvoeren? Wie zet de campagne op, bouwt het dashboard, schrijft de nieuwsbrief, plant de contentkalender, beheert de social kanalen? Dat waren je doeners. En dan had je, meestal minder in aantal een paar strategische denkers. Mensen die het grotere verhaal bewaakten. Die strategie en tactiek aan elkaar knoopten, zodat de losse acties van de doeners ook ergens naartoe leidden.
Nederlandse marketeers weten al jaren dat merkbouw onder druk staat. AI geeft ons nu een extra reden om daar opnieuw naar te kijken. Eind juni publiceerde Marketing Tribune een artikel met een opvallende conclusie: Nederlandse adverteerders investeren gemiddeld 20 procentpunt te weinig in merkbouw. Onderzoekers van Validators analyseerden ruim 100.000 reclame-uitingen in vijftien branches. Gemiddeld gaat 40 procent van het mediabudget naar merk en 60 procent naar sales en performance. Het spiegelbeeld van de bekende 60/40-verhouding die Binet en Field al jaren adviseren.
Een organisatie publiceert een goed artikel. De inhoud klopt, de expert straalt kennis uit en het onderwerp sluit aan bij vragen die klanten stellen. Dan volgt steeds vaker de vraag: helpt dit artikel ook om zichtbaar te worden in ChatGPT, Perplexity of Google AI Overviews? Het eerlijke antwoord is: misschien. Maar het gaat in ieder geval niet vanzelf. Een goed verhaal kan een prima basis zijn voor een GEO-aanpak, maar er is meer nodig om structureel zichtbaar te worden in AI-antwoorden.
De zomer biedt vaak net wat meer ruimte om terug te blikken, vooruit te kijken en nieuwe inspiratie op te doen. Daarom leggen we in deze zomerserie steeds dezelfde vijf vragen voor aan marketeers, ondernemers en experts uit het vak.