Een visuele merkidentiteit is geen esthetische keuze, maar een strategisch instrument van de organisatie en moet dus ook zo worden behandeld.
De bureaubranche zit in een periode van grote veranderingen. Er is niet één bureau dat niet nadenkt over de toekomst en in veel gevallen zien bureaus die toekomst vaker in strategie dan in uitvoering.
Een nieuwe huisstijl is make-up. Het bedekt je wallen, maar het verwijdert ze niet.
Dynamische merkidentiteiten zien er altijd prachtig uit op de tekentafel. In de praktijk werkten ze zelden.
In een sector waar de helft van je werk bestaat uit 'real-time' inspelen op trends, is je hardware vaak je grootste bottleneck.
Jaren geleden bestelde ik nieuwe eetkamerstoelen. Maatwerk bekleding, zorgvuldig gekozen stof, weken wachten. Toen ik de orderbevestiging ontving, viel me een klein detail op: de fabrikant zou een merk-label op elke stoel naaien. Een klein labeltje, amper zichtbaar, dat aankondigde wie het gemaakt had. Ik vroeg ze om het weg te laten.
Waarom betalen consumenten ineens meer voor een reep chocolade? Wat maakt een deodorant ‘luxe’? En waarom lijkt het voor veel merken steeds belangrijker om ‘premium’ te zijn?
Op elke nieuwe visuele merkidentiteit wordt gereageerd: men vindt er iets van. En dat moet natuurlijk ook, want daar is die merkidentiteit voor bedoeld: zodat mensen het merk herkennen en er bepaalde associaties aan verbinden.
Na vijftig jaar trouwe dienst maakt de barcode zich op voor zijn afscheid. Vanaf 2027 moeten alle kassa’s wereldwijd klaar zijn om QR-codes te scannen. GS1, de organisatie die internationale standaarden in de retail ontwikkelt, neemt hierin het voortouw. Daarmee komt een van de meest vertrouwde iconen op verpakkingen onder druk te staan.