AI voor ons bedrijf? We nemen een stagiair

Een stagiair met ChatGPT is geen AI-strategie. Net zoals een stagiair met een Twitter-account in 2011 geen socialmediastrategie was.

17 juli 2026, 07:00 145 x gelezen

In 2011 schreef ik op Marketingfacts een blog met de titel: Social media voor ons bedrijf? We nemen een stagiair.

Het blog is ondertussen zo oud dat de statistieken niet meer beschikbaar zijn, maar het werd destijds mijn best gelezen blog ooit.

Niet omdat het zo ingewikkeld was. Juist niet. Het raakte een zenuw omdat veel organisaties precies dát deden. Social media werd belangrijker. Klanten, medewerkers, sollicitanten en journalisten zaten ineens op LinkedIn, Twitter, Facebook en YouTube. De buitenwereld veranderde zichtbaar, maar intern was er nog weinig kennis, weinig eigenaarschap en vooral weinig zin om er echt tijd en geld in te steken.

Dus kwam de praktische oplossing: We nemen een stagiair.

Want die is jong. Die snapt social media. Die zit zelf ook op Facebook. Die kan dat er wel even bij doen. Vijftien jaar later zie ik hetzelfde patroon opnieuw ontstaan. Alleen heet het nu geen social media meer. Het heet AI.

Organisaties voelen dat ze iets moeten met ChatGPT, Copilot, Gemini, Claude, agents, beeldgeneratie, automatisering en al die andere AI-toepassingen die inmiddels over elkaar heen buitelen. Er wordt over gesproken in directiekamers. In marketingteams. Bij HR. Bij sales. Bij IT. Iedereen voelt dat er iets verandert.

Maar wat doen veel organisaties vervolgens? Ze kijken om zich heen, zien een jonge medewerker of stagiair die handig is met ChatGPT en denken: mooi, die kan onze AI wel oppakken.

En daar begint het probleem.

Niet omdat stagiaires niets kunnen. Integendeel. Veel studenten en jonge professionals gebruiken AI al veel intensiever dan hun managers. Ze experimenteren, proberen tools uit, schrijven sneller, maken beelden, bouwen presentaties en automatiseren kleine taken. Daar zit energie. Nieuwsgierigheid. Snelheid.

Maar AI gebruiken is iets anders dan AI verantwoord inzetten in een organisatie. Een stagiair met ChatGPT is geen AI-strategie. Net zoals een stagiair met een Twitter-account in 2011 geen socialmediastrategie was.

In 2011 deden bedrijven dit met social media

Terug naar 2011. Social media was toen voor veel organisaties nog iets vaags. Iets nieuws. Iets waar “de jeugd” handig mee was. Bedrijven zagen dat klanten online praatten over merken, producten, klachten, ervaringen en vacatures, maar intern was er vaak nog geen duidelijk plan.

Wie moest er eigenlijk verantwoordelijk zijn? Marketing? Communicatie? HR? Sales? Klantenservice? De directie?

Omdat niemand het echt wist, werd het vaak ergens laag in de organisatie neergelegd. Of tijdelijk. Of goedkoop. En dan kwam de stagiair in beeld. Die mocht een Facebookpagina aanmaken. Een Twitteraccount beheren. Een paar berichten plaatsen. Misschien een Hyvespagina bijhouden. Later kwam daar LinkedIn bij. Het voelde als vooruitgang, want er gebeurde in elk geval iets. Maar het echte vraagstuk werd daarmee niet opgelost.

Want social media ging nooit alleen over berichten plaatsen. Het ging over zichtbaarheid. Reputatie. Klantcontact. Employer branding. Sales. Service. Crisiscommunicatie. Tone of voice. Interne afstemming. Mandaat. En vooral: durven deelnemen aan een gesprek dat al buiten je organisatie plaatsvond.

Dat kon je niet oplossen door iemand jong en handig achter een toetsenbord te zetten. De stagiair was niet het probleem. Die deed vaak gewoon zijn best. Het probleem was dat organisaties een strategische verandering behandelden als een uitvoerend klusje. En precies dat zie ik nu opnieuw gebeuren.

Nu gebeurt hetzelfde met AI

Vervang in dat verhaal social media door AI en je ziet hetzelfde patroon. Organisaties voelen dat AI belangrijk wordt, maar weten nog niet goed waar het moet landen. Is het iets van IT? Van marketing? Van communicatie? Van HR? Van legal? Van de directie? Of van iedereen tegelijk? En omdat het van iedereen lijkt te zijn, is het in de praktijk vaak van niemand.

Ondertussen gebeurt er natuurlijk van alles. Medewerkers gebruiken ChatGPT om teksten te schrijven, presentaties te maken, klantvragen voor te bereiden, rapporten samen te vatten of ideeën uit te werken. Marketeers maken beelden met AI. Salesmensen laten mails herschrijven. HR gebruikt AI voor vacatureteksten. Consultants laten analyses structureren. Iedereen probeert wat, vaak met de beste bedoelingen.

Maar ook hier geldt: activiteit is nog geen strategie. Dat iemand handig is met prompts, betekent niet dat er is nagedacht over kwaliteit, veiligheid, privacy, auteursrecht, tone of voice, brongebruik, procesinrichting of verantwoordelijkheid. AI raakt niet één afdeling, maar bijna alles wat met kenniswerk te maken heeft. Juist daarom kun je het niet behandelen als een handig extra klusje naast de stageopdracht.

En toch gebeurt dat wel. De stagiair die “veel met ChatGPT doet” mag een AI-tooloverzicht maken. Of een paar prompts verzamelen. Of even kijken welke AI-tools handig zijn voor marketing. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Sterker nog, dat kan heel nuttig zijn. Maar het wordt gevaarlijk wanneer de organisatie daarmee denkt dat ze AI serieus heeft opgepakt.

Want dan is AI geen strategisch verandertraject. Dan is het een mapje met prompts.

Ja, jongeren en studenten gebruiken AI aantoonbaar veel

Dat stagiaires met AI werken, is geen gekke aanname. Integendeel. De doelgroep waar veel stagiaires uit komt, gebruikt AI inmiddels massaal. Volgens Eurostat gebruikte in 2025 63,8% van de Europese jongeren van 16 tot 24 jaar generatieve AI-tools. Ter vergelijking: onder alle Europeanen van 16 tot 74 jaar was dat 32,7%. Jongeren gebruiken AI dus bijna twee keer zo vaak als het gemiddelde.

Ook onder studenten is AI-gebruik hard opgeschoven van experiment naar normaal gedrag. De HEPI Student Generative AI Survey 2025 laat zien dat 92% van de studenten inmiddels een vorm van AI-tooling gebruikt. Een jaar eerder was dat nog 66%. Ook Utrecht University verwijst naar recente surveys waaruit blijkt dat ongeveer 65% tot 83% van de studenten generatieve AI-tools gebruikt.

Die cijfers maken één ding duidelijk: een stagiair die met AI werkt, is niet bijzonder meer. Het is eerder de verwachting. Studenten gebruiken AI om teksten te verbeteren, bronnen te verkennen, samenvattingen te maken, ideeën te genereren, presentaties op te zetten of sneller door studiemateriaal heen te gaan. Dat nemen ze logischerwijs ook mee naar hun stageplek.

En daar zit echt wel waarde. Veel studenten en jonge professionals zijn minder bang om tools uit te proberen. Ze klikken gewoon. Ze testen. Ze vergelijken. Ze maken fouten en leren snel. Waar een managementteam soms eerst drie vergaderingen nodig heeft om te bepalen of ze “iets met AI” moeten, heeft een student vaak al tien tools geprobeerd.

Maar dat is precies waar de nuance zit. Veel gebruiken is niet hetzelfde als goed gebruiken. En goed gebruiken is nog steeds iets anders dan verantwoord implementeren in een organisatie.

Maar AI-gebruik is geen AI-volwassenheid

En daar zit precies de denkfout. Omdat iemand AI gebruikt, betekent dat nog niet dat iemand AI verantwoord kan inzetten namens een organisatie. Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Een student die ChatGPT gebruikt om een tekst te verbeteren, een samenvatting te maken of een presentatie sneller op te bouwen, doet iets heel anders dan een organisatie die AI inzet in marketing, sales, recruitment, klantenservice, productontwikkeling of besluitvorming. Dan gaat het ineens niet meer alleen om snelheid of gemak, maar ook om kwaliteit, betrouwbaarheid, privacy, compliance, auteursrecht, merkrisico, klantdata en interne verantwoordelijkheid.

Dat is het verschil tussen handig zijn met een tool en volwassen omgaan met de impact van die tool.

Veel organisaties verwarren die twee. Ze zien dat een stagiair soepel met ChatGPT werkt en denken: die snapt AI. Maar meestal snapt die stagiair vooral hoe hij of zij AI persoonlijk kan gebruiken. Dat is waardevol, maar het is geen basis voor beleid, adoptie of strategische keuzes.

AI-volwassenheid gaat over andere vragen. Welke processen worden beter door AI? Welke data mogen we wel en niet gebruiken? Welke output moet altijd gecontroleerd worden? Welke tools passen binnen onze IT- en privacykaders? Wie is eigenaar van de werkwijze? Hoe trainen we vaste medewerkers? Hoe borgen we kwaliteit als de stagiair straks weer weg is?

Als je die vragen niet beantwoordt, heb je geen AI-aanpak. Dan heb je alleen AI-gebruik. En dat is precies waar veel organisaties nu zitten.

AI maakt een stagiair niet ineens senior

Daar komt nog iets bij. AI maakt een onervaren stagiair niet ineens senior. Net zoals Word je geen schrijver maakt. Excel maakt je geen controller. Canva maakt je geen designer. En ChatGPT maakt je geen marketeer, jurist, communicatieadviseur of verandermanager.

Tools vergroten wat er al is. Een goede marketeer wordt met AI sneller, scherper en productiever. Een goede schrijver krijgt meer denkrichtingen, betere varianten en sneller een eerste versie. Een ervaren consultant kan AI gebruiken om analyses te verdiepen, scenario’s uit te werken en sneller tot advies te komen. Maar een onervaren stagiair krijgt door AI niet ineens jaren ervaring cadeau.

Sterker nog: AI kan onervarenheid juist verhullen. De tekst ziet er netjes uit. De presentatie oogt professioneel. De analyse klinkt overtuigend. Maar klopt het ook? Is de bron betrouwbaar? Past het bij de strategie? Zijn er juridische risico’s? Mag deze klantdata hierin? Is dit onderscheidend, of is het vooral generieke AI-taal met een bedrijfslogo erboven?

Dat vraagt ervaring. Context. Kritisch vermogen. En vooral: iemand in de organisatie die verantwoordelijkheid neemt.

Daarom is de stagiair niet het probleem. Die kan prima helpen. Onderzoeken. Testen. Voorbeelden verzamelen. Workflows documenteren. Collega’s inspireren. Juist daar kan veel waarde zitten. Maar maak een stagiair niet verantwoordelijk voor je AI-aanpak. Want dan doe je precies wat veel organisaties eerder met social media deden.

Je ziet een ontwikkeling die strategisch belangrijk is, maar behandelt die als een uitvoerend klusje voor iemand die jong, handig en goedkoop is.

En als je dit onbegeleid laat gebeuren, krijg je schaduw-AI

Het risico is niet dat stagiaires AI gebruiken. Het risico is dat niemand weet hoe AI wordt gebruikt. Welke tools worden ingezet? Welke data gaan erin? Welke output komt eruit? Wie controleert de kwaliteit? Wie bepaalt wat wel en niet mag? En wie is verantwoordelijk als het misgaat?

Precies daar ontstaat schaduw-AI. Niet omdat mensen kwaad willen, maar omdat organisaties te laat eigenaarschap nemen. Medewerkers zoeken zelf oplossingen. Een tekst moet sneller. Een presentatie moet beter. Een klantvraag moet vandaag nog beantwoord worden. Dus gebruiken ze de tools die beschikbaar zijn. Soms met een zakelijk account, soms met een privéaccount, soms met tools waar IT, legal of management nog nooit van heeft gehoord.

Bij stagiaires is dat risico extra interessant. Zij komen vaak binnen met nieuw gedrag, nieuwe tools en veel experimenteerdrang. Dat is waardevol, maar ook tijdelijk. Na een paar maanden zijn ze weer weg. Wat blijft er dan over? Een paar prompts in een document? Een toolaccount waar niemand meer in kan? Een werkwijze die niemand begrijpt? Of erger: klantdata, interne documenten of concepten die ooit ergens in een externe AI-tool zijn geplakt zonder dat iemand het doorhad?

Dat is geen adoptie. Dat is improvisatie.

Schaduw-AI ontstaat niet aan de rand van de organisatie, maar precies op de plek waar beleid ontbreekt en de werkdruk hoog is. Mensen willen vooruit. Ze willen slimmer werken. Ze willen sneller resultaat. En AI helpt daarbij. Maar zonder duidelijke afspraken wordt elk experiment ook een mogelijk risico.

Daarom is de vraag niet: mogen stagiaires AI gebruiken? Natuurlijk mogen ze dat, mits je daar duidelijke kaders voor geeft. De vraag is: weet je als organisatie wat er gebeurt, waarom het gebeurt en hoe je het borgt?

Als het antwoord daarop nee is, heb je geen AI-strategie. Dan heb je schaduw-AI met een stagecontract.

AI raakt je processen, je data, je klanten, je medewerkers, je reputatie en je concurrentiekracht. Dan kun je het niet behandelen als een stageopdracht met een eindpresentatie op vrijdagmiddag.

Laat stagiaires meedoen, maar leg eigenaarschap bij de organisatie

De oplossing is dus niet om stagiaires weg te houden bij AI. Dat zou onzin zijn. Laat ze juist meedoen. Laat ze onderzoeken welke tools interessant zijn. Laat ze prompts testen. Laat ze voorbeelden verzamelen. Laat ze workflows documenteren. Laat ze collega’s inspireren en uitdagen. Daar kunnen ze veel waarde toevoegen.

Maar maak ze niet de eigenaar van je AI-aanpak.

AI hoort niet thuis op het bordje van degene die toevallig jong, handig en tijdelijk beschikbaar is. AI raakt je processen, je data, je klanten, je medewerkers, je reputatie en je concurrentiekracht. Dan kun je het niet behandelen als een stageopdracht met een eindpresentatie op vrijdagmiddag.

De organisatie moet zelf aan de bak. Management moet richting geven. IT moet kaders bieden. Legal en privacy moeten meekijken. Marketing, sales, HR, communicatie en operations moeten bepalen waar AI echt waarde toevoegt. En vaste medewerkers moeten leren hoe ze AI goed, kritisch en veilig gebruiken in hun dagelijkse werk.

Een stagiair kan daarin prima een versneller zijn. Maar geen fundament.

Dat was in 2011 zo met social media. En dat is nu zo met AI.

Wie AI bij een stagiair parkeert, heeft geen AI-strategie. Die heeft alleen iemand gevonden die het probleem tijdelijk uit beeld haalt. Totdat de stagiair vertrekt.

En de organisatie achterblijft met losse prompts, losse tools, losse verwachtingen en losse eindjes. Dus ja: laat stagiaires vooral met AI werken. Gebruik hun nieuwsgierigheid. Hun snelheid. Hun frisse blik. Maar verwacht niet dat ze de wereld redden omdat ze ChatGPT kunnen openen.

Word maakte ons ook niet allemaal schrijver. Excel maakte ons niet allemaal financieel directeur. En AI maakt van een organisatie zonder visie geen slimme organisatie.

AI voor ons bedrijf? We nemen een stagiair.

Prima. Maar alleen als de organisatie zelf ook volwassen genoeg is om verantwoordelijkheid te nemen.

Jan Willem Alphenaar is AI-strateeg, trainer, spreker en medeoprichter van Knackpunkt, een boutique AI-contentagency dat organisaties helpt om met AI en menselijke regie betere content te maken voor LinkedIn en andere zakelijke kanalen. Daarnaast verzorgt hij AI-trainingen en consultancy voor marketing-, sales- en communicatieteams. Zijn focus ligt op praktische AI-toepassingen, contentcreatie, marketingregie en het bouwen van slimme AI-assistenten die organisaties helpen sneller, slimmer en consistenter te werken. Zijn aanpak is direct en resultaatgericht: geen AI-hype, maar concrete toepassingen die bijdragen aan betere processen, betere content en meer commerciële impact.

Categorie

Plaats reactie

Marketingfacts. Elke dag vers. Mis niks!