AI maakt content goedkoper, maar geloofwaardigheid duurder
Ik produceer veel content. Meerdere platforms, dagelijks publiceren, steeds vaker in twee talen, met een team van freelancers en contributors. De tools die dat mogelijk maken, zijn beter dan ze ooit waren. Maar juist vanuit die positie zie ik iets wat in de meeste discussies over AI en content wordt overgeslagen: hoe meer AI de lat voor productie verlaagt, hoe hoger de lat voor vertrouwen komt te liggen.
Dat is geen romantisch pleidooi voor de ambachtsman. Het is een marktmechanisme.
De inflatie is al begonnen
Abundance verlaagt waarde. Dat werkt met geld, met grondstoffen, en het werkt met content. Op het moment dat elke marketeer, elk bureau, elk merk twaalf artikelen per dag kan genereren, verandert er iets fundamenteels: volume is geen onderscheidend vermogen meer. Het was dat trouwens al nauwelijks, maar nu is het definitief voorbij.
Wat lezers en algoritmen daarvoor in de plaats zetten, is selectiviteit op bron. Niet: is dit goed geschreven? Maar: wie zegt dit, en waarom zou ik hem of haar geloven? Die vraag bestond altijd, maar werd verdrongen door de schaarste van content zelf. Als er weinig te lezen was over een onderwerp, las je wat er was. Nu er genoeg is, kies je wie je leest. Of je sluit het tabblad, wat statistisch gezien vaker gebeurt.
Wat AI niet kan genereren
Ik was afgelopen mei in de Telemark-regio in Noorwegen. Ik stond op de Gaustatoppen in wind die hardlopen onmogelijk maakte, at bij een hytteeigenaar wiens grootvader het pad had aangelegd, en sprak met een lokale gids die vertelde hoe het toerisme de regio verandert op manieren die de folders niet laten zien. Die informatie zit nu in mijn artikelen. Niet als anekdote, maar als onderbouwing, als smaak, als bewijs van aanwezigheid.
AI kan over Telemark schrijven. Maar het was er niet bij.
Dat klinkt triviaal, maar het is het niet. In een wereld vol correct geformuleerde content wordt de vraag “was je er zelf bij?” de nieuwe geloofwaardigheidstoets. Niet voor journalistiek alleen, maar voor alles waarvoor een merk of publisher autoriteit claimt. Field experience, curatoriale smaak, een trackrecord van selectie en weglaten: dit zijn dingen die niet worden gegenereerd maar worden opgebouwd. Langzaam, en soms in regen op een berg in Noorwegen.
Als het algoritme ook een redacteur wordt
Er is nog een dimensie die de meeste marketeers onderschatten, en die de urgentie van dit verhaal alleen maar vergroot: Generative Engine Optimization, of GEO. AI-overviews van Google, Claude, ChatGPT en Perplexity trekken steeds vaker antwoorden samen uit bronnen die zij als betrouwbaar beschouwen. Niet de best gerankte pagina wint, maar de meest geciteerde autoriteit.
Dat betekent dat geloofwaardigheid geen puur menselijk oordeel meer is. Het is ook een algoritmisch criterium geworden. Een AI-overview citeert geen bronnen omdat ze veel verkeer hebben of hoog scoren op een technische checklist. Ze worden geciteerd omdat ze consistent, specifiek en aantoonbaar deskundig zijn over een onderwerp. Precies de eigenschappen die je niet in een prompt stopt, maar in de loop van jaren opbouwt.
De ironie is bijna te mooi: de machines die content genereren, belonen uiteindelijk de bronnen die je kunt vertrouwen. Wie geciteerd wordt in een AI-overview heeft autoriteit verdiend die niet te kopen is. En naarmate meer merken hun contentproductie opschalen via AI, wordt die autoriteit voor de achterblijvers alleen maar moeilijker te bereiken.
De verschuiving die merken nog niet zien
De meeste marketingteams staan op het punt dezelfde fout te maken die uitgevers tien jaar geleden maakten met SEO: de tactiek omarmen en de strategie vergeten. Destijds waren dat keywordstuffing en contentaggregatie. Nu is het volume via AI-generatie. Het werkt op korte termijn. En het holt precies het kapitaal uit dat op de lange termijn waarde heeft: het vertrouwen van het publiek in de afzender.
De merken die dit begrijpen, bewegen de andere kant op. Ze investeren in mensen die iets te zeggen hebben. Ze zoeken publishers en creators met een eigen perspectief, een eigen publiek, een eigen stem. Niet omdat ze nostalgisch zijn, maar omdat dat de enige geloofwaardige positie is in een markt die drijft op gegenereerde tekst.
Bereik kopen lukt altijd wel. Geloofwaardigheid kopen wordt steeds moeilijker, juist omdat het niet te genereren is. Dat is precies waarom het waardevol blijft.
Wat dit voor het vak betekent
Ik denk dat we toe gaan naar een scherpere tweedeling. Aan de ene kant de contentinfrastructuur: schaalbaar, geautomatiseerd, goed genoeg voor een groot deel van de communicatiebehoefte. Aan de andere kant de geloofwaardigheidslaag: de mensen, platforms en stemmen die iets te verliezen hebben als ze het fout hebben, die ergens voor staan en ergens geweest zijn.
Die tweedeling vraagt iets van marketeers en bureaus. Niet om te stoppen met AI, dat zou absurd zijn. Maar om te investeren in het onderscheid. Om te weten welke content schaalbaar mag zijn en welke content de menselijke afdruk nodig heeft om te werken. En om te begrijpen dat de waarde van die menselijke afdruk niet daalt naarmate AI beter wordt, maar stijgt.
Goedkopere productie leidt tot duurdere authenticiteit. Dat is geen bedreiging voor wie iets echts te zeggen heeft. Het is een kans. Al helpt het wel als je af en toe je huis uitkomt.
Ter verduidelijking
Maakt AI content kwalitatief minder goed?
Niet per se. AI kan foutloos, coherent en goed gestructureerd schrijven. Het probleem is niet de kwaliteit van de tekst, maar de afwezigheid van perspectief, ervaring en verantwoording achter die tekst. Lezers beginnen dat onderscheid steeds beter te voelen, ook als ze het niet expliciet benoemen.
Wat is GEO en waarom is het relevant voor contentmarketeers?
GEO staat voor Generative Engine Optimization: het optimaliseren van content zodat AI-systemen zoals Google’s AI Overview, Claude, ChatGPT en Perplexity je als betrouwbare bron citeren. Waar SEO draait om vindbaarheid voor mensen, draait GEO om herkenbaarheid als autoriteit voor machines. Het verschil is groter dan het lijkt.
Hoe weet een lezer of content AI-gegenereerd is?
Steeds moeilijker te zien aan de oppervlakte. Maar de signalen zitten in wat er níet staat: geen specifiek standpunt, geen merkbaar auteursperspectief, geen details die alleen uit directe ervaring komen. Content zonder wrijving is vaak content zonder aanwezigheid.
Zijn kleine publishers in het voordeel ten opzichte van grote mediamerken?
Op het vlak van geloofwaardigheid: soms wel. Een nichepublisher met een duidelijke stem en een trouw publiek heeft iets wat moeilijk te schalen is. Grote mediamerken hebben het voordeel van distributie en naamsbekendheid, maar ook de druk om volume te leveren, wat de verleiding van automatisering vergroot.
Wat moeten merken nu anders doen in hun contentaanpak?
Beginnen met het onderscheid maken tussen contenttypes die schaalbaar mogen zijn en contenttypes die authenticiteit vereisen. Een FAQ-pagina kan prima AI-gegenereerd zijn. Een campagne die staat voor een merkwaarde, een partnerschap met een creator, een verhaal dat iemand raakt: dat vraagt om menselijk auteurschap en redactionele moed.
Plaats reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.