De curator na de curator

Over agentic AI, narratieve macht en waarom culturele selectie z’n monopolie verliest: curatie als schaarste-machine.

17 juni 2026, 07:00 112 x gelezen

Er hangt een vreemde spanning rond AI in de kunstwereld. Niet eens meer omdat mensen bang zijn dat kunstenaars vervangen worden, dat gesprek begint inmiddels behoorlijk leeg te lopen, maar omdat bijna niemand echt benoemt wat er gebeurt wanneer culturele intelligentie zelf schaalbaar wordt.

De echte verschuiving raakt misschien niet eerst de maker, maar alles eromheen: curatoren, critici, musea, galeries, biënnales en instellingen. De complete infrastructuur die bepaalt wat zichtbaar wordt, wat serieus genomen wordt en wat cultureel gewicht krijgt.

Vooral de curator komt ineens in een benauwde positie terecht, want curatie draaide decennialang op schaarste.

Beperkte ruimte.
Beperkte aandacht.
Beperkte toegang tot kennis, archieven en institutionele netwerken.

De curator selecteerde niet alleen werk, maar bepaalde ook binnen welk narratief dat werk betekenis kreeg. Daar zat de echte macht van curatie: niet puur in kiezen wat zichtbaar werd, maar in bepalen hoe iets gelezen moest worden.

Wanneer betekenis schaalbaar wordt

Precies daar begint AI zich nu tussen te wringen.

Agentic systemen kunnen inmiddels zelfstandig archieven doorzoeken, onverwachte verbanden leggen, historische lijnen reconstrueren en complete interpretatieve modellen genereren in een tempo en op een schaal waar geen curatorieel team tegenop kan werken. Dat betekent niet dat AI ‘beter’ cureert dan mensen, maar wel dat de exclusiviteit van de curatoriële handeling begint te verdwijnen.

Dat verschil is cruciaal.

Veel instellingen behandelen AI voorlopig nog als een handige assistent. Iets voor research, archivering of publieksanalyse. Maar daarmee onderschatten ze wat er werkelijk verandert, want agentic AI automatiseert niet alleen ondersteunend werk, het beweegt zich razendsnel richting dezelfde ruimte waar culturele betekenis geproduceerd wordt.

En daar begint het te schuren.

De esthetiek van herhaling

Een waarheid is namelijk dat een groot deel van de hedendaagse kunstwereld inmiddels draait op herkenbare discursieve formats. Veel tentoonstellingen functioneren als zorgvuldig georkestreerde combinaties van bekende theorieën, politieke gevoeligheden en intellectuele referenties. Slim samengesteld, vaak oprecht goed bedoeld, maar ook sterk afhankelijk van herhaling.

Veel curatoriële trends ontstaan bovendien binnen een relatief klein netwerk van Angelsaksische instellingen, kunstopleidingen, tijdschriften en curatoren, waarna ze zich razendsnel verspreiden door Europese musea, kunsthallen en biënnales. Dat is moeilijk te ontkennen.

Neem iemand als JR.

Toen zijn werk begin jaren 2010 internationaal doorbrak, voelde het radicaal: enorme portretten van bewoners uit achtergestelde buurten, vluchtelingenkampen of vergeten gemeenschappen. Zijn Inside Out Project gaf letterlijk gezicht aan mensen die zelden zichtbaar waren binnen institutionele representatie.

Maar kijk wat er daarna gebeurde.

Binnen enkele jaren ontstond een complete institutionele esthetiek rondom participatie: gemeenschapsportretten, lokale verhalen, co-creatie, sociaal engagement en zichtbaarheid van ‘ongehoorde stemmen’.

Allemaal belangrijke thema’s, alleen werd het op veel plekken ook een format.

Hetzelfde soort project dook op in Londen, Berlijn, Amsterdam, Brussel en vervolgens in regionale kunstinstellingen door heel Europa. Wat ooit een specifieke artistieke interventie was, werd langzaam een curatoriële template.

AI herkent zulke patronen binnen seconden. Mensen doen er soms tien jaar over.

Van dekolonisatie tot de biënnale-machine

Hetzelfde zie je bij de eindeloze institutionele circulatie van ‘dekolonisatie’ als curatoriële taal. Rond 2015-2025 werd decoloniality een dominante grammatica binnen grote kunstinstellingen. Dat begon vanuit legitieme kritiek op koloniale geschiedschrijving, westerse canonvorming en institutionele uitsluiting.

Maar ondertussen ontstond ook een herkenbaar tentoonstellingsrecept: Globale Zuid-perspectieven, archiefmateriaal, herstel van vergeten geschiedenissen, institutionele zelfkritiek en publieke programma’s rond representatie.

Op zichzelf allemaal waardevol.

Alleen zag je dezelfde discursieve structuur vervolgens terugkeren in tientallen biënnales, musea en kunsthallen, vaak met opvallend vergelijkbare theoretische referenties en politieke gevoeligheden.

Zelfs critici binnen het veld wijzen inmiddels op die herhaling.

De internationale biënnale-machine versterkt dat proces alleen maar verder. Sinds de jaren negentig explodeerde het aantal biënnales wereldwijd van enkele grote evenementen naar honderden terugkerende internationale tentoonstellingen. Daardoor ontstond bijna een globale curatoriële stijl: urgente politieke thema’s, mondiale perspectieven, archief en onderzoek, participatie, ecologie, migratie en identiteit.

Allemaal relevante onderwerpen.

Maar veel kunstenaars herkennen inmiddels ook dat ze van Istanbul naar Venetië, van Berlijn naar Lyon kunnen reizen en telkens ongeveer dezelfde theoretische woorden/concepten tegenkomen.

AI hoeft daar geen kunsthistoricus voor te zijn. Het ziet gewoon een terugkerend patroon.

De Venice Biennale van 2024, Foreigners Everywhere, liet dat bijna exemplarisch zien. De tentoonstelling draaide rond migratie, diaspora, inheemse perspectieven en culturele buitenstaanders. Dat leverde sterke werken op en bracht kunstenaars naar voren die historisch ondervertegenwoordigd waren.

Maar tegelijkertijd laat zo’n tentoonstelling ook zien hoe dominant bepaalde curatoriële talen inmiddels zijn geworden. Thema’s als identiteit, representatie, geopolitieke zichtbaarheid en dekolonisatie vormen ondertussen een bijna vanzelfsprekende internationale culturele grammatica.

Dat is geen kritiek op die thema’s.

Het punt is juist dat ze zó herkenbaar zijn geworden dat een AI-systeem ze inmiddels als cluster kan modelleren.

AI als patroonherkenner van cultuur

En daar wordt het heel ongemakkelijk.

Want als een agentic AI binnen seconden dezelfde politieke gevoeligheden, dezelfde vergeten archieven, dezelfde theoretische referenties en dezelfde discursieve structuren kan combineren die nu vaak de basis vormen van institutionele tentoonstellingen, dan verschijnt automatisch een pijnlijke vraag:

Hoeveel van de hedendaagse curatoriële praktijk draait nog om unieke menselijke intuïtie en hoeveel om reproduceerbare patronen van culturele legitimatie?

Binnen precies dat model is AI extreem effectief.

Niet omdat machines menselijke ervaring vervangen, maar omdat institutionele betekenisproductie al voor een groot deel gebaseerd was op patroonherkenning, categorisering en narratieve assemblage. AI-systemen kunnen associatieve arbeid uitvoeren op een schaal die voor menselijke teams onmogelijk is.

Ze kunnen duizenden discursieve lijnen tegelijk verwerken.
Vergeten kunstenaars koppelen aan actuele geopolitieke thema’s.
Alternatieve kunsthistorische modellen simuleren.
Nieuwe genealogieën bouwen buiten institutionele traagheid om.

Dat betekent niet dat menselijke curatoren verdwijnen, maar hun vanzelfsprekende legitimiteit wel.

De curator als infrastructuurcriticus

De centrale vraag verschuift daardoor van:

wie selecteert?

naar:

wie krijgt vertrouwen om betekenis publiek gewicht te geven?

Ligt daar wel de toekomstige rol van curatie?

Want terwijl AI de technische kant van cureren democratiseert, wordt publieke verantwoordelijkheid juist waardevoller. Een algoritme kan eindeloos narratieven produceren, maar draagt geen consequenties. Geen reputatierisico. Geen institutionele verantwoordelijkheid. Geen politieke aansprakelijkheid.

Mensen wel.

Misschien gaat de curator van de toekomst daarom minder lijken op een tentoonstellingsmaker en meer op een publieke editor van culturele werkelijkheden. Niet iemand die exclusief bepaalt wat zichtbaar wordt, maar iemand die verantwoordelijkheid neemt voor welke verbanden circuleren, welke datasets dominant worden en welke vormen van culturele intelligentie macht krijgen.

En dat laatste is cruciaal, want AI-systemen zijn nooit neutraal. Ze leren esthetiek vanuit bestaande datasets en die datasets reproduceren historische machtsverhoudingen: westerse canonvorming, institutionele voorkeuren, geografische ongelijkheid en steeds opnieuw dezelfde vormen van culturele herkenbaarheid.

Wie de trainingsdata beheert, beïnvloedt indirect ook toekomstige vormen van zichtbaarheid.

De curator verschuift daardoor langzaam van selecteur naar infrastructuurcriticus.

Juist jonge curatoren en zelfstandige makers zouden dat serieus moeten nemen. Niet alleen omdat AI banen verandert, maar omdat het zichtbaar maakt hoe afhankelijk de sector is geworden van voorspelbare vormen van legitimatie. Een veld dat zichzelf graag experimenteel noemt, blijkt opvallend vaak te draaien op herhaling: dezelfde theoretische kaders, dezelfde esthetische codes, dezelfde institutionele circulatie van culturele waarde.

Wat er overblijft als selectie overvloed wordt

De weerstand tegen AI gaat daarom uiteindelijk niet alleen over technologie of auteurschap. Het gaat over narratieve macht. Over wie cultureel gewicht mag toekennen. Misschien is dat uiteindelijk productief.

Want zodra selectie overvloedig wordt, ontstaat er ruimte voor andere vormen van curatie: langdurige relaties, lokale scenes, publieke frictie, langzame vormen van samenwerking, aanwezigheid en ethische positionering.

Ruimte om tijd te nemen. Om kunstenaars jarenlang te volgen in plaats van projectmatig te consumeren. Om twijfel toe te laten. Om iets niet meteen te vertalen naar een snel circulerend narratief of een institutioneel format. Om lokale context echt te kennen in plaats van die alleen discursief te representeren.

Dat soort processen laat zich moeilijk optimaliseren, juist omdat het niet alleen over informatie gaat, maar over consequenties.

Wellicht wordt traagheid daardoor opnieuw waardevol. Als tegenkracht binnen een cultureel landschap dat steeds meer draait op snelheid, zichtbaarheid en permanente productie. AI excelleert in schaal, output en associatie, maar cultuur ontstaat niet alleen door versnelling. Soms vraagt betekenis juist om vertraging, aanwezigheid en de bereidheid iets te laten bezinken.

Was geduld toch ooit niet een schone zaak?

Worden we daardoor eindelijk gedwongen opnieuw te definiëren wat curatie eigenlijk is. Niet het beheren van culturele objecten, maar wellicht het bouwen van omstandigheden waarin betekenis publiek kan ontstaan én publiek bevraagd kan worden.

Dat is een veel minder comfortabele rol dan de kunstwereld gewend is, maar waarschijnlijk ook een noodzakelijkere.

Bibliografie

Bishop, Claire. Artificial Hells: Participatory Art and the Politics of Spectatorship. London: Verso, 2012.

Enwezor, Okwui. The Postcolonial Constellation: Contemporary Art in a State of Permanent Transition. Berlin: Haus der Kulturen der Welt, 2003.

Groys, Boris. On Curating. London: Bloomsbury Academic, 2014.

Manovich, Lev. Cultural Analytics. Cambridge, MA: MIT Press, 2020.

Mackenzie, Adrian. Machine Learners: Archaeology of a Data Practice. Cambridge, MA: MIT Press, 2017.

Mouffe, Chantal. Agonistics: Thinking the World Politically. London: Verso, 2013.

Paul, Christiane. Digital Art. 4th ed. London: Thames & Hudson, 2023.

Steyerl, Hito. “A Sea of Data: Apophenia and Pattern (Mis-)Recognition.” e-flux Journal 72 (2016).

Smith, Terry. Thinking Contemporary Curating. New York: Independent Curators International, 2012.

Velthuis, Olav. Talking Prices: Symbolic Meanings of Prices on the Market for Contemporary Art. Princeton, NJ: Princeton University Press, 2005.

Whitelaw, Mitchell. “Generous Interfaces for Digital Cultural Collections.” Digital Humanities Quarterly 9, no. 1 (2015). 

Headerfoto: Donald Wu | Unsplash

 

 

 

Kunsthistoricus en Bouwkunde PhD. Gefascineerd door alles wat met merken te maken heeft. De kiem werd hiervoor gelegd bij FHV/BBDO. Deelt zijn expertise met anderen en discussieert graag. Kijkt naar de ander in het frame van de homo ludens, -universalis en uiteindelijk de -economicus. Geloof in eigen kracht en authenticiteit. Peter is co founder van oddny.eu

Categorie

Plaats reactie

Marketingfacts. Elke dag vers. Mis niks!