Laat die aanbesteding lopen. Maak iets van jezelf.
In oktober was ik op het KIKK festival in Namen (België). Drie dagen design, technologie en kunst door elkaar, in een Waalse stad waar je anders niet zo snel komt. Het festival bestaat uit een reeks aan activiteiten: een tweedaagse conferentie, exposities en installaties op verschillende locaties in de stad en elke avond een feest met DJ’s. Een kaartje kost bijna niks. En wat je ervoor terugkrijgt is een enorme bak inspiratie en, wat ik zelf belangrijk vind, afstand. Afstand tot de dingen die je elke dag bezighouden en waar je normaal te dicht op zit om ze nog helder te zien.
Wat me opviel: bijna elke presentatie ging voor een deel over werk waar niemand om had gevraagd. Projecten die makers zelf waren gestart. Uit nieuwsgierigheid, uit de zin om iets te maken wat er nog niet was. Zonder briefing, zonder budget, zonder opdrachtgever. Simpelweg maken als uitlaatklep, met resultaat waar je iets mee kunt. Of niet.
Sommigen deden dat heel bewust. Als je CGI-werk wil maken voor de auto-industrie, dan moet je vooral niet wachten tot die industrie belt. Dat doen ze namelijk niet, en zeker niet als je geen ervaring hebt in die sector. En dus maak je het werk gewoon zelf, op eigen initiatief, en zorg je dat het opvalt. Zodat een autofabrikant bij het volgende project jouw kant op kijkt. En dat werkt, zo blijkt.
Defensief versus offensief
Ik zat te luisteren en dacht aan aanbestedingen.
Een paar weken geleden schreef ik een artikel over aanbestedingen door de overheid. Bureaus steken er dagen, soms weken, in. Plannen van aanpak, visies op een vraagstuk dat ze nauwelijks kennen. Vragen waarover geen enkele dialoog met een opdrachtgever mogelijk is. Referenties in precies het format dat de opdrachtgever voorschrijft. Voor nop. Met een kans op winnen die meestal nogal gering is.
Het verschil met de presentaties in Namen is niet de hoeveelheid werk. Het is de houding. Meedoen aan aanbestedingen is defensief. Je reageert op een vraag die een ander heeft geformuleerd, binnen criteria die een ander heeft bedacht, en je probeert vooral geen punten te laten liggen. Wat de ontwerpers op KIKK lieten zien was het omgekeerde: het offensief. Niet wachten op de vraag. Maar zelf bepalen welk werk je wil maken, dát maken en dát laten zien.
Draai het eens om. Stel dat je al die uren, die je nu in aanbestedingen stopt, zou steken in een eigen project. Iets wat je graag wil maken, op de manier waarop jij het wil maken, voor een sector waar je graag in wil werken.
Toen Nederland nog zelf begon
Ik heb de indruk dat dat in Nederland vroeger veel meer gebeurde. Wim Crouwel bedacht in 1967 New Alphabet, een experimenteel lettertype als antwoord op de beperkingen van vroege computerschermen. Gijs Bakker en Renny Ramakers namen in 1993 op eigen houtje een selectie jonge ontwerpers mee naar Milaan. Dat werd Droog, en Dutch Design stond op de kaart. De Designpolitie begon al op de academie met het ontwikkelen van publicaties, simpelweg omdat ze er zelf zin in hadden. Later bouwden ze What Design Can Do op uit het niets. KesselsKramer startte een eigen uitgeverij, en een eigen merk: do. Misschien gebeurt het nog steeds, maar ik zie het minder.
Een eigen project blijft staan
Wat mij het meest aantrok in al die presentaties op KIKK was de energie die eruit sprak. Het plezier waarmee het gebracht werd. De intentie die erachter zat. Ze stonden te vertellen, over iets dat van hen was, wat hen veel had gebracht. Zet dat voor de grap eens naast het gevoel waarmee je op vrijdagmiddag om 12 uur jouw inschrijving voor een aanbesteding indient.
En eigen werk is niet alleen veel leuker. Misschien is de kans dat je er werk aan overhoudt ook een stuk groter. Een aanbesteding win je of verlies je, en bij verlies blijft er weinig of niks over. Een eigen project blijft staan. Het wordt gedeeld, het komt terug in presentaties, en het werkt nog steeds voor je als jij allang met iets anders bezig bent.
De schijnveiligheid van de aanbesteding
Een aanbesteding voelt veiliger misschien. Er is een vraag, een deadline, een uitkomst. Een eigen project heeft niets van dat alles. Maar die veiligheid is schijn. De meeste aanbestedingen verlies je, en dan ben je alles kwijt: de uren, het denkwerk, de energie. Dat is geen veiligheid. Dat is een loterij met je eigen tijd als inzet.
Toch kiezen we massaal voor de verdediging. Omdat het makkelijker is om een vraag van een ander te beantwoorden dan om er zelf een te stellen. Zo win je niks. Het is tijd voor het offensief. Die volgende aanbesteding? Laat hem lopen. En begin aan iets van jezelf.
Plaats reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.