Wat is beeld echt waard?

Beeldmakers die fatsoenlijk betaald worden voor hun werk. Het is natuurlijk een vreselijk sympathiek initiatief, maar het zal niks uitmaken voor makers.

25 oktober 2022, 14:45 1674 x gelezen

Met de oprichting van de Federatie Beeldrechten is Nederland een nieuwe belangenbehartiger rijker. De Federatie bundelt de krachten van de Nederlandse beeldmakersorganisaties, met als doel een eerlijker verdeling van geld voor beeld.

De federatie stelt dat beeld (foto’s, illustraties, infographics, typografie, kunst en vormgeving), online en offline, een rol speelt die steeds groter wordt. Het aandeel van beeld in het geheel van auteursrechtelijk beschermd werk groeit, terwijl de financiële waardering die makers daarvoor krijgen via rechtenvergoedingen achterblijft. De Federatie Beeldrechten wil dat beeld de juiste waarde toegekend krijgt bij het maken van afspraken over rechtenvergoedingen en bij het innen en verdelen van die vergoedingen.

Het is natuurlijk een vreselijk sympathiek initiatief, maar het zal niks uitmaken voor makers. De Federatie voert een achterhoedegevecht. Het perspectief is te eenzijdig en het wordt allemaal veel te ingewikkeld (lees: juridisch) gemaakt.

De principes zijn in de kern namelijk heel simpel:

Je hebt beeld nodig. Je huurt een beeldmaker in en je betaalt hem of haar een fatsoenlijk bedrag voor het geleverde beeld. Volgens de wet ligt het auteursrecht bij de maker. Wil je dat beeld anders gebruiken dan van tevoren afgesproken, dan maak je daar met elkaar nieuwe afspraken over. En wil je zelf beschikken over de rechten, dan kun je daar aanvullende afspraken over maken. In een gunstig geval voor de maker, krijgt hij of zij daar iets voor betaald.

Manend vingertje

Heb je een beeld nodig en kom je dat tegen op, bijvoorbeeld, het Internet, dan mag je dat niet zomaar gebruiken. Je hebt toestemming nodig van de maker. Simple as that. Gebruik je dat beeld toch zonder toestemming, dan kan de maker naar de rechter stappen. Met een beetje mazzel geeft de maker je eerst de gelegenheid het beeld te verwijderen en anders mag je er misschien voor betalen. Je krijgt een manend vingertje dat zegt ‘nooit meer doen’ en daarmee is de kous af.

In de auteurswet is dit natuurlijk allemaal juridisch correct geformuleerd, maar heel erg onduidelijk is die wet niet. Het probleem zit ‘m niet in de wet. Het probleem zit ‘m in de praktijk.

Als opdrachtgever wil je graag één keer afspraken maken met je leveranciers en er dan van op aan kunnen dat je klaar bent. Niemand zit te wachten op mogelijke claims in de toekomst. Dat is waarom alle overheidsinstanties, instanties dus van diezelfde overheid die de wet heeft gemaakt en de wet handhaaft, makers confronteren met een contract waarin staat: ‘geef dat hele zwikkie aan rechten maar hier. Tekenen bij het kruisje’. Vrijwel alle overheidsinstanties hanteren die praktijk. En nogmaals: dat is helemaal niet zo gek, want je wil geen gelazer in de toekomst. Contracten liggen in een la, afspraken raken uit beeld, en betrokken medewerkers veranderen van baan. Ontwerpers switchen van bureau, bureaus houden op te bestaan of er gaat simpelweg te veel tijd overheen tussen het ene moment en het andere moment. Na verloop van tijd weet niemand meer hoe het ook alweer zat.

Commerciële organisaties zijn daar minder scherp in. Sommige van die organisaties weten goed wat ze doen en maken afspraken of nemen net als overheidsinstanties alle rechten over. Maar het gros, zeker in het MKB, heeft geen idee en maakt geen speciale afspraken. En makers zelf? Het is een beetje afhankelijk van het type maker, maar een groot deel van hen heeft ook geen idee. En als ze al snappen hoe het zit, dan is dat het allerlaatste onderwerp dat ze ter discussie willen stellen bij de start van een nieuwe samenwerking. Het is niet leuk, het is lastig en het bederft het goede gesprek met die potentieel nieuwe klant.

Het probleem is niet juridisch, het probleem is de praktijk

Nog even terug naar het begin. De Federatie stelt dat het belang van beeld steeds groter wordt en koppelt daar automatisch aan dat beeldmakers meer recht hebben op vergoeding. Interessante stelling, want je kunt met hetzelfde gemak beweren dat juist omdat het gebruik van beeld steeds intensiever wordt, de waarde daarvan afneemt. Sec door de hoeveelheid beeld. Maar ook door de toegankelijkheid van beeld: het maken van een professioneel uitziende foto was vroeger voorbehouden aan professionele fotografen, maar iedereen met de nieuwste iPhone en een beetje gevoel voor beeld maakt prachtige beelden die niet van ‘echt’ te onderscheiden zijn. En het goede nieuws is: de resolutie is zo hoog tegenwoordig, dat je dat beeld ook kan gebruiken voor drukwerk. Dat was vroeger wel anders.

Het feit dát het maken van goed beeld zo eenvoudig is geworden doet iets met de waardeperceptie van gebruikers van beeld. In de ogen van de Federatie wordt beeld meer waard. In de ogen van de gemiddelde gebruiker wordt beeld juist minder waard.

Het is ook een generatieding. Beeldmakers aan het einde van hun carrière hechten erg aan hun rechten. Jonge makers die net van school komen zal het werkelijk worst zijn.

Ik ben het eens met de stelling dat beeldmakers fatsoenlijk betaald moeten worden voor hun werk. Net als stratenmakers, ambtenaren en chirurgen. Dat is de basis. Over het algemeen zit daar niet per se het probleem. Ik ken de voorbeelden ook, waar makers gevraagd worden om voor een appel en een ei iets te maken. Ook door serieuze organisaties met serieuze budgetten. Het advies is daar simpel: niet doen. Tenzij je daar hele goede opportunistische redenen voor hebt.

Ik ben het ook eens met de constatering dat het gesprek tussen opdrachtgevers en makers niet altijd gelijkwaardig is als het gaat om afspraken over rechten. Het enige wat je daaraan kan doen is om opdrachtgevers en makers te faciliteren bij het voeren van het goede gesprek. Het begint met bewustzijn bij beide en vervolgens hebben ze handvatten nodig.

Gereduceerd tarief

Het idee van Federatie om makers mee te laten profiteren van het succes van een onderneming is sympathiek. De Federatie geeft een voorbeeld van een grafisch ontwerper die een huisstijl maakt voor een start-up tegen een zeer gereduceerd tarief. De start-up groeit binnen no-time uit tot een grote organisatie en de huisstijl wordt wereldwijd gebruikt door een heel concern aan bedrijven. Een ander voorbeeld gaat over een gemeente die een speeltuin laat ontwikkelen door een industrieel ontwerper. Omdat de speeltuin een succes is, wordt die over de hele gemeente uitgerold. Nog een voorbeeld gaat over het interieur van een restaurant dat succesvol wordt en uitbreid met een x-aantal filialen.

Dat is heel sympathiek en dat lijkt heel redelijk, maar het omgekeerde wordt niet benoemd. Wat nou als die start-up het loodje legt, betaalt de ontwerper dan zijn gereduceerde tarief terug? Of als een kindje van de glijbaan valt, neemt de ontwerper dan ook zijn verantwoordelijkheid en draait hij op voor de kosten? En als dat restaurant failliet gaat, ligt dat dan ook niet aan het interieur en moet de ontwerper dan ook niet een deel voor zijn rekening nemen?

Het wordt allemaal te ingewikkeld. Het kan allemaal veel eenvoudiger:

  • Ontwerpers moeten fatsoenlijk worden betaald voor hun diensten.
  • Opdrachtgevers en ontwerpers moeten leren het gesprek met elkaar te voeren over rechten.
  • Opdrachtgevers en ontwerpers moeten leren passende afspraken met elkaar te maken.
  • Als ontwerpers mee willen doen in het ondernemen, dan is dat prachtig. Opdrachtgevers (start-ups, gemeenten, restaurants en elk ander type organisatie) kunnen daar zelf afspraken over maken met hun ontwerpers.
  • En voor al het andere: beeld is niet vanzelfsprekend, als je dat wil gebruiken vraag je toestemming aan de maker.

In plaats van al die dossiers tegelijkertijd, zou ik me als Federatie richten op slechts een dossier, één uitdaging: zorg ervoor dat opdrachtgevers vanuit de overheid niet standaard in hun aanbestedingen en contracten opnemen dat ze alle rechten van makers overnemen. Zorg ervoor dat ze met makers om tafel gaan om per geval afspraken te maken die bij die specifieke opdracht passen. Een evenwichtig gesprek tussen opdrachtgever en maker. En als die opdrachtgever zich bij laat staan door een jurist, voeg dan ook een jurist toe aan het team van de maker. Betaald door de opdrachtgever. Zodat je in ieder geval een meer evenwichtige situatie creëert.

Als je dat niet voor elkaar krijgt als Federatie, dan kun je al het andere ook wel vergeten. Het is niet de wet, het is de praktijk.

Roel Stavorinus
Strateeg bij MELVINDAY

Specialist in brand and identity. Helping organizations to find their voice and use it. Registered Senior Communication and Senior Marketing Professional (RM, SMP, SCP en NQL). NIMA Member.

Categorie

Marketingfacts. Elke dag vers. Mis niks!