Influencermarketing

Hebben influencers eigenlijk wel invloed?

Hebben influencers eigenlijk wel invloed?

Geregeld komen er in de gereedschapskist van marketingcommunicatie nieuwe, vooral digitale, instrumenten bij. Kijk bijvoorbeeld maar naar native advertising, persuasion api’s, recommender systems, customer service bots, contentmarketing en ook influencer marketing. Over deze laatste vorm van marketingcommunicatie gaat deze blogpost. Wat is het, wat doet het (of niet) en wanneer heb je er wat aan? Het is in ieder geval geen wondermiddel in het beïnvloedingsproces, dat weerbarstiger en grilliger blijkt dan je als marketeer graag wil. Het kan echter wel een mooie aanvulling zijn op je andere marketingcommunicatie-activiteiten om groepen te bereiken die anders lastiger te bereiken zijn.

Eerst even afbakenen

Influencer marketing is een van de vele marketingcommunicatiemiddelen en is het onbetaald of betaald (in geld of goederen) inzetten van bekende en minder bekende contentproducenten door ondernemingen/organisaties, zodat deze hun eigen volgers positief beïnvloeden ten aanzien van een product of dienst. Contentproducenten kunnen als hobby of professioneel bezig zijn met allerlei onderwerpen - zoals koken, auto’s, gereedschap, lifestyle, humor, kleding en cosmetica - via allerlei kanalen – zoals Facebook, Snapchat, YouTube, Instagram, Twitter, websites, blogs en vlogs.

Eigenlijk zijn contentproducenten dus programmamakers met een eigen netwerk van volgers en fans en met hun eigen voorkeurkanalen. Met meerdere contentproducenten tegelijk een mediatitel vormen kan natuurlijk ook, kijk bijvoorbeeld maar naar het kookformat van de Worsten van Babel of het enorm populaire kanaal van Good Mythical Morning.

Een van de populairste video's van Good Mythical Morning

Als je het hebt over influencers, heb je het eigenlijk over het proces van informatieverspreiding binnen netwerken en hoe invloed daarin bepaald wordt. Dat bespreken we in de volgende paragrafen.

De benaming influencers is een perfecte frame die suggereert dat er speciale mensen zijn die heel veel invloed op anderen kunnen hebben. Maar is dit wel zo?

Bestaan influencers eigenlijk wel?

Degene die de term influencers bedacht heeft, is een echte persuasion maven en verdient een hele grote klap op de schouders. Het klinkt namelijk veel beter dan de tot een paar jaar geleden nog gebruikte functionele termen als bloggers en vloggers. De benaming influencers is natuurlijk een perfecte frame die suggereert dat er speciale mensen zijn die heel veel invloed op anderen kunnen hebben. Zozeer zelfs, dat hun invloed viraal kan gaan.

Maar is dit wel zo? Daar bestaan verschillende gedachten over. De top-downschool vindt van wel, de bottom-upschool denkt daar duidelijk anders over.

Top- downschool (influencers)

De top-downbenadering van bijvoorbeeld de bedenkers van de two-step flowtheorie, Lazarsfeld, Berelson en Gaudet (1944), stellen dat er zoiets bestaat als speciale, machtige mensen - oftewel de opinieleiders - die het nieuws als eerste verkrijgen, om vervolgens anderen (de ontvankelijken) daarover te informeren en ermee te beïnvloeden.

Iets later kwam daar Katz (1955) bij, die stelde dat wie die opinieleider was toch echt afhankelijk was van het onderwerp. Hun theorie is begrijpelijk als je je realiseert dat niet iedereen een televisietoestel had in die tijd, waardoor velen afhankelijk waren van diegenen die dat wel hadden.

Ook Rogers (1962) ging uit van het principe dat de adoptie van informatie top-down verliep, namelijk via innovators naar early adopters, de early majority, de late majority om vervolgens te eindigen bij de laggards. Je kent dat plaatje wat daarbij hoort waarschijnlijk wel. Het suggereert een volgtijdelijk verloop van de adoptie van nieuwe dingen.

Er zit echter een fundamenteel verschil tussen de eerste twee groepen en die daarna. Innovators en early adopters zijn namelijk vooral geïnteresseerd in wat nieuw is omdát het nieuw is. De anderen zijn, zo zou je kunnen zeggen, wat verstandiger. Die zijn namelijk alleen geïnteresseerd in nieuwe dingen als die een probleem helpen oplossen.

Bron afbeelding: Smart Insights

De tegenwoordig meest bekende aanhanger van de top-downfilosofie is waarschijnlijk Malcolm Gladwell (2000). Die stelde dat er zoiets bestaat als de ‘Law of the Few’. In zijn boek ‘The Tipping Point’ stelt hij dat er een bepaald soort hele speciale mensen bestaat die in staat is om anderen te beïnvloeden en daardoor uiteindelijk hele grote verandering te veroorzaken alsof het ‘epidemic changes’ zijn.

Virale beïnvloeding dus - alle verzet is verder zinloos. Gladwell verdeelt deze speciale mensen in drie groepen, de connectors die veel contacten met anderen hebben, de mavens die zulke kundige communicatoren zijn dat zij de starters zijn van ‘word of mouth epidemics’ en de salesmen - oftewel de persuaders.

In deze top-downschool van denken bestaan er dus influencers die iets doen met anderen. Degene die de term influencer marketing heeft bedacht is een verkoper van dit model. En sommigen van ons geloven dat. Geef toe, het klinkt heel verleidelijk voor een marketeer: huur zo’n persoon in en succes is gegarandeerd, zou je bijna denken.

Bottom-upschool (beïnvloedbaren)

De andere manier om naar influencers te kijken, de bottom-upschool, hanteert als uitganspunt dat het niet de meest connected mensen zijn die de meeste invloed hebben op het verspreiden van informatie. Volgens hen zijn het juist de mínder connected mensen - gewone mensen dus - die verschillende groepen met elkaar verbinden, de zogenaamde ‘weak tie bridges’ (Granovetter , 1973,1983). Zij zijn binnen netwerken namelijk verantwoordelijk voor het doorgeven van informatie van de ene groep naar de andere.

De meest fervente aanhanger van dit fenomeen is wetenschapper en baas van Microsoft Research Duncan Watts (2003, 2007ab). Hij maakte in 2008 met sterke argumenten (data, data en nog eens data) korte metten met de ‘Law of the Few’ van Gladwell. Daar verscheen in 2008 ook een geruchtmakend artikel over in Fast Company met de mooie titel ‘Is the Tipping Point Toast?’

Volgens Duncan Watts gooiden marketeers minstens een miljard dollar per jaar weg door in te zetten op dit soort vermeende influencers.

Volgens Watts gooiden marketeers minstens een miljard dollar per jaar weg door in te zetten op dit soort vermeende influencers. Hij had in zijn onderzoeken namelijk gevonden dat de verspreiding van informatie in netwerken (en daar maken wij allemaal deel van uit) juist verloopt via heel veel bevattelijke beïnvloedbaren. Daarbij vervullen de zogenaamde weak ties met verbindingen tussen verschillende groepen een zeer cruciale rol vervullen. Het onderstaande fragment uit Seinfeld laat dat op een komische manier zien.

Deze vorm van verspreiding van informatie is vervolgens in vele socialenetwerkstudies en onderzoeken naar viraliteitseffecten keer op keer bevestigd. Zo vond men dat cascades (zoals de verspreiding van informatie ook wordt genoemd) van de ene laag in sociale netwerken naar de volgende lagen van zeer beperkte diepte en omvang waren (Bakshy, 2012; Goel, Watts, & Goldstein, 2012; Leskovec, Adamic, and Huberman, 2007; Leskovec, Singh, & Kleinberg, 2006; Watts &Dodds, 2007a; Watts & Peretti, 2007b).

En als er al cascades zijn, dan worden die meer veroorzaakt door de weak tie bridges dan door zogenaamde influencers. Op hen loopt informatie in sociale netwerken juist vaak vast vanwege het grote aantal contacten die zij hebben (Bernstein, Bakshy, Burke, & Karrer, 2013; Katona et al. 2011; Probst, Grosswiele, & Pfleger, 2013). Zij zijn dan net als het Centraal Station van Utrecht waar tijdens het spitsuur te veel treinen doorheen moeten.

Wat betekent dit?

Eigenlijk zou je je marketinginformatie dus zo moeten verspreiden dat je in de eerste fase veel vooral weak tie bridges en gewone mensen bereikt (Bakshy, Hofman, Mason, & Watts, 2011; Guerini, Strapparava & Ozbal, 2011). Dat komt ook doordat informatie in een sociaal netwerk tien keer meer wordt gedeeld als de bron wordt gezien als een gewoon mens (Bakshy, 2012) - zij worden namelijk meer vertrouwd (Goh, Heng & Lin, 2012).

Uiteraard is dit moeilijk. Ten eerste omdat je als adverteerder vaak niet beschikt over de benodigde informatie over netwerken, maar ook omdat er heel veel mensen zijn die gewoon weinig of niets posten of doorlinken op social media (Romero, Galuba, Asur, & Huberman, 2011). Michael Wu (2010) zocht dat exact uit door de bijdragen in meer dan 200 communities te analyseren en hij kwam tot de conclusie dat de verhouding tussen hyperdelers en af-en-toe contributors uiteen kon lopen van 99:1 tot en met 5:1. Daarmee bracht hij behoorlijk wat nuance aan in de tot dan toe bekende 1-9-90-regel, die zegt dat 1 procent van een publiek iets post, 9 procent daar iets mee doet en 90 procent alleen maar loert (de lurkers).

Daarnaast blijkt ook geregeld uit onderzoeken dat je om meer effect online te bereiken ook andere (offline) media moet inschakelen (Goel et al., 2012). Myers et al., (2012) vinden bijvoorbeeld op basis van de analyse van 3 miljard tweets met attachments dat, afhankelijk van het onderwerp, gemiddeld 30 procent van alle verspreiding aangejaagd wordt door offline media. Voor nieuws is dat zelfs 48 procent.

Overigens blijkt ook dat de verspreiding van informatie via netwerken van veel meer zaken afhankelijk is dan van de zogenaamde influencers. Ten eerste is dat of iemand deel uitmaakt van een sociaal netwerk. En dat is weer in grote mate afhankelijk van de vraag of daar ook vrienden en bekenden deel van uitmaken (Easley & Kleinberg, 2010).

Ten tweede is de mate waarin die anderen in het sociale netwerk dingen met je gemeen hebben - in de wetenschap ook wel homofilie genoemd - van heel groot belang (Aral, Muchnik, & Sundararajan, 2009; Bakshy, Eckles, Yan, & Rosenn, 2012a; Bakshy et al., 2012b; Lewis, Gonzalez, & Kaufman, 2012; McPherson, Smith-Lovin, & Cook, 2001; Susarla, Oh, & Tan, 2012). En tenslotte spelen o.a. ook de gevoeligheid voor social proof, status en normatieve druk een rol (Hinz, Skiera, Barrot & Becker, 2011).

Voor viraliteit in netwerken moet je het niet hebben van de zogenaamde influencers.

Kortom, voor viraliteit in netwerken moet je het niet hebben van de zogenaamde influencers. Dat bleek ook weer uit heel recent onderzoek van Martin, Hofman, Sharma, Anderson & Watts (2016). Zij bestudeerden in welke mate je kunt voorspellen of nieuws zich verspreidt in complexe sociale netwerken zoals Twitter. Dat deden zij op basis van 852 miljoen tweets die door 51 miljoen twitteraars verspreid waren.

Het voorspellingsmodel dat zij vervolgens ontwikkelden bleek de beste huidige modellen te kunnen verslaan. Het nieuwe model bleek namelijk in 48 procent van de gevallen correct te voorspellen. Dat is 14 procent beter dan het vorige beste model. Maar ondanks dat de onderzoekers, omdat zij Twitter-data hebben gebruikt , heel veel informatie hadden over de twitteraars zelf, de inhoud van de tweets, de mate van ‘besmettelijkheid’ van het onderwerp, wie er veel of weinig contacten hadden, hoe vaak hun content wordt gedeeld en hun aantallen onderlinge connecties, etcetera, is het hen niet gelukt om boven de 48 procent uit te komen.

De onderzoekers stellen zelf dan ook vast dat je zelfs met maximaal verkrijgbare informatie nog steeds maar de helft van de informatieverspreidingseffecten juist kunt voorspellen en voor de andere helft nog steeds overgeleverd bent aan geluk. Op andere netwerken, waar je minder informatie hebt dan op Twitter, zal de mate waarin geluk een rol speelt nog veel groter zijn, zo verwachten zij, zelfs als je influencers gebruikt.

Influencers moet je dus om andere redenen inzetten dan om ‘viraal te gaan’ (Voorn, 2013).

Waar gebruik je influencers dan wel voor?

Je zou influencers dus het best kunnen beschouwen als een soort mediatitel of, misschien beter nog, als programmamakers met een eigen social netwerk die aan verschillende vormen van adverteren dan wel endorsen doen. Dat kan dan uiteenlopen van gratis of betaalde, openlijke dan wel native (unscripted tot scripted) productplacement, mentions, besprekingen/productdemo’s of openlijke promoties, prijsvragen of advertenties tot en met het uit naam van een merk een Snapchataccount een dag beheren, zoals Negin Mirsalehi mocht doen voor Valentino.

Bron afbeelding: Fashion Wire Press

Bereik

Een ‘influencer’ schakel je dus niet in voor de viraliteit van je branded content, maar meer omdat ze bereik hebben in het eigen netwerk dat zij vormen met een groep mensen die je slecht kunt bereiken met andere media - of omdat je ze vaker wilt bereiken. Hierbij speelt dan mee in welk onderwerp influencers gespecialiseerd zijn, hun format en in welke mate hun fans open staan of ontvankelijk zijn voor hun content.

Als je in de wetenschappelijke literatuur zoekt naar bewijzen van de effectiviteit van influencer marketing zul je (nog) weinig materiaal vinden. Maar als je op zoek gaat naar influence, endorsers en redenen waarom mensen dingen overnemen van anderen, is er wel al heel veel bekend. Er is in het verleden namelijk al veel onderzoek gedaan naar de vraag op basis van welke factoren mensen bepalen of een boodschap geloofwaardig is. Het maakt dan wel veel uit of men hoog of laag betrokken is bij het onderwerp (Chaiken, 1980; Petty, Cacioppo & Goldman,1981).

In het eerste geval denkt men zorgvuldig na over de inhoudelijke kwaliteit van de argumenten en in het tweede geval gaat men meer intuïtief af op andere cues, zoals de subjectief ervaren geloofwaardigheid, expertise en aantrekkelijkheid van de bron (Hovland, Janis & Kelley,1953). Dat laatste gebeurt overigens veel vaker dan het eerste, aangezien ons denkvermogen en onze energie beperkt zijn en we het grootste deel van de dag vooral op automatische, onderbewuste processen door het leven surfen (Dijksterhuis, 2007).

En zelfs als je heel erg betrokken bent bij een onderwerp, dan nog zullen de meeste mensen in het geval ze tegenstrijdige argumenten tegenkomen ook weer terugvallen op cues, zoals de autoriteit van anderen of op wat hun vrienden of omgeving doen (Chaiken & Maheswaran, 1994).

Geloofwaardigheid

Of een influencer als bron geloofwaardig overkomt, kun je meten door bijvoorbeeld de lijst van Goodwin, Piazza en Rozin (2014) te hanteren met factoren die dit bepalen. Dat zijn dan in volgorde van belang de volgende aspecten: moral character (o.a. betrouwbaar, tolerant, en integer), warmte (o.a. aardig, vriendelijk en goedmoedig) en competentie (komt beloften na en kan uitvoeren wat gezegd wordt).

Naast dit soort aspecten kan ook nog meespelen of een bron fysiek als attractief wordt ervaren. Of zoals Sanne Voorn (2013) het in een literatuuronderzoek omschrijft:

Meerdere onderzoeken (Kamins, 1990; Rice, Keltung & Lutz, 2012; Till & Busler, 2000) onderstrepen dat een aantrekkelijke bron effectief is op het moment dat een passende fit bestaat tussen het product en de endorser. Volgens deze match-uphypothese moet het imago, de persoonlijkheid of de levensstijl van de endorser overeenkomen met het soort product dat hij of zij aanprijst om hogere product en reclamewaardering te krijgen (Fransen & Van den Putte, 2012). Indien er lagere congruentie bestaat tussen de bron en het product, zullen deze waarderingen dalen (Kamins, 1990).

Als een beautyblogger of -vlogger of zijn/haar manier van leven als attractief ervaren wordt, heeft wat hij/zij zegt dus meer geloofwaardigheid.

Al deze factoren spelen dus een rol bij het bepalen welke influencers geschikt zijn om marketingcommunicatiedoelstellingen mee te verwezenlijken. Afhankelijk van welke dat zijn, bepaal je de meest geschikte influencers.

Uniek gerealiseerd bereik binnen een bepaalde groep mensen is dan een belangrijk criterium (Katona et al., 2011). Maar dit kan afhangen van jouw specifieke marcom-doelstellingen, want die kunnen variëren van bekendheid, vertrouwdheid creëren of verstevigen bij een doelgroep, gewenste of ongewenste merkassociaties genereren respectievelijk aanpassen, attitudes en implementatie-intenties beïnvloeden, trialgedrag bevorderen, enzovoorts.

Een groot bereik is hierbij dan op zich niet zo interessant, het gaat namelijk om het júiste bereik. Zo kan een set van micro-influencers met uniek bereik binnen een doelgroep soms efficiënter werken dan een paar hele grote influencers met een groot, niet-uniek bereik.

Uiteraard meet je de effectiviteit van een blogger/vlogger met metrics die aansluiten bij de doelstellingen voor je merk en dus niet met likes, engagement en dergelijke.

Uiteraard meet je de effectiviteit van de blogger/vlogger dan met metrics die aansluiten bij de doelstellingen voor je merk. Likes, engagement en dergelijke zitten daar niet bij; dat zijn immers zaken die bijna altijd alleen interessant zijn voor de influencer zelf. Jij wilt gewoon weten wat de content doet voor de marketingcommunicatiedoelstellingen voor je merk.

Vertrouwen

Bij de inzet van influencers speelt verder mee, net zoals bij andere endorsers, dat de mate waarin hun fans hun vertrouwen en expertise toedichten een belangrijke asset van een influencer is. Dit kan in gevaar worden gebracht als een blogger of vlogger te veel commerciële content produceert (Voorn, 2012), niet open is over de sponsoring of niet authentiek kan zijn omdat zij of hij niet op eigen wijze de inhoud en manier van presenteren van de content kan bepalen.

De meeste bloggers/vloggers zullen die vertrouwensband met hun fans en hun authenticiteit altijd willen beschermen. En geef ze eens ongelijk. Het is hun grootste kapitaal. Verstandige marketeers begrijpen en koesteren dit. Het is immers ook in hun eigen belang. Anders kun je net zo goed adverteren.

Influencer marketing gaat vast nog veel groter, maar ook volwassener worden. Mensen houden immers meer van mensen dan van merken. Dat laat de top-100 op YouTube trouwens ook mooi zien. Zo heeft YouTuber Kwebbelkop op dit moment inmiddels meer dan 5,3 miljoen abonnees en de KLM een schamele 93.000.

Er wordt door diverse partijen druk gewerkt aan allerlei platforms om de inzet van de juiste influencers beter mee te kunnen inplannen voor merken. Zo kun je steeds beter uitzoeken welke blogger/vlogger het beste bij jouw doelstellingen past. Als we ook nog het doormeten verbeteren en meer onderzoek verrichten naar het imago en de effectiviteit van influencers, zijn we weer een stap verder. Dan wordt het ook duidelijker wat een en ander mag kosten. In dat kader schreef het PR bureau Swift een interessante blogpost trouwens.

En als je dacht dat er alleen maar jongere influencers bestaan, neem dan maar eens een kijkje bij de net gestarte vlammende vlogs van groottwitteraar Wim Aalbers . Die legt daarin o.a. uit hoe je in een uurtje een marketingactieplan maakt.

Met speciale dank aan Jorrit Kreukniet voor de tips en het tegenlezen van deze blogpost.

Referenties

  • Aral, S., Muchnik, L., & Sundararajan, A. (2009). Distinguishing influence-based contagion from homophily-driven diffusion in dynamic networks. Proceedings of the National Academy of Sciences, 106(51), 21544-21549.
  • Aral, S., & Walker, D. (2012). Identifying influential and susceptible members of social networks. Science, 337(6092), 337-341.
  • Bakshy, E. (2012). Rethinking Information Diversity in Networks. Retrieved on March 3, 2013, from https://www.facebook.com/notes/facebook-data-team/rethinkinginformation- diversity-in-networks/10150503499618859
  • Bakshy, E., Hofman, J. M., Mason, W. A., & Watts, D. J. (2011, February). Everyone’s an influencer: quantifying influence on twitter. In Proceedings of the fourth ACM international conference on Web search and data mining, 65-74. ACM. Hongkong, China.
  • Bakshy, E., Eckles, D., Yan, R., & Rosenn, I. (2012a). Social influence in social advertising: evidence from field experiments. In Proceedings of the 13th ACM Conference on Electronic Commerce, 146-161. ACM.
  • Bakshy, E., Rosenn, I., Marlow, C., & Adamic, L. (2012b). The role of social networks in information diffusion. In Proceedings of the 21st international conference on World Wide Web, 519-528. ACM.
  • Chaiken, S. (1980). Heuristic versus systematic information processing and the use of source versus message cues in persuasion. Journal of personality and social psychology, 39(5), 752.
  • Chaiken, S., & Maheswaran, D. (1994). Heuristic processing can bias systematic processing: effects of source credibility, argument ambiguity, and task importance on attitude judgment. Journal of personality and social psychology, 66(3), 460.
  • Dijksterhuis, A. P. (2007). Het slimme onbewuste. Prometheus
  • Easley, D. and Kleinberg, J. (2010). Networks, Crowds, and Markets: Reasoning about a Highly Connected World. Cambridge University Press
  • Gladwell, M. (2000). The Tipping Point: How little things can make a big difference. Little Brown and Company, Boston.
  • Goel, S., Watts, D. J., & Goldstein, D. G. (2012). The structure of online diffusion networks. In Proceedings of the 13th ACM Conference on Electronic Commerce, 623-638. ACM,Valencia, Spain
  • Goh, K. Y., Heng, C. S., & Lin, Z. (2013). Social media brand community and consumer behavior: Quantifying the relative impact of user-and marketer-generated content. Information Systems Research, 24(1), 88-107.
  • Goodwin, G. P., Piazza, J., & Rozin, P. (2014). Moral character predominates in person perception and evaluation. Journal of personality and social psychology, 106(1), 148
  • Granovetter, M. (1973). The strength of weak ties. American Journal of Sociology, 78,1360- 1380.
  • Granovetter, M. (1983). The strength of weak ties: A network theory revisited. Sociological theory, 1(1), 201-233.
  • Guerini, M., Strapparava, C. & Ozbal, G. (2011). Exploring text virality in social networks. In Proceedings of ICWSM.
  • Hovland, C. L, Janis, I. L., & Kelley, H. H. (1953). Communication and persuasion. Psychological Studies of Opinion Change, volume 19. New Haven, Conn.: Yale University Press
  • Katona, Z., Zubcsek, P. P., & Sarvary, M. (2011). Network effects and personal influences: The diffusion of an online social network. Journal of marketing research, 48(3), 425-443.
  • Katz, E. & Lazarsfeld, P. (1955). Personal influence: The part played by people in the flow of mass communications. New York: Free Press
  • Lazarsfeld, P.F., Berelson, B. & Gaudet, H. (1944). The people’s choice: How the voter makes up his mind in a presidential campaign. New York: Columbia University Press
  • Leskovec, J., Adamic, L. A., & Huberman, B. A. (2007). The dynamics of viral marketing. ACM Transactions on the Web (TWEB), 1(1), 5.
  • Leskovec, J., Singh, A., & Kleinberg, J. (2006). Patterns of influence in a recommendation network. Advances in Knowledge Discovery and Data Mining, 380-389.
  • Lewis, K., Gonzalez, M., & Kaufman, J. (2012). Social selection and peer influence in an online social network. Proceedings of the National Academy of Sciences, 109(1), 68-72.
  • Martin, T., Hofman, J. M., Sharma, A., Anderson, A., & Watts, D. J. (2016, April). Exploring limits to prediction in complex social systems. In Proceedings of the 25th International Conference on World Wide Web (pp. 683-694). International World Wide Web Conferences Steering Committee.
  • McPherson, M., Smith-Lovin, L., & Cook, J. M. (2001). Birds of a feather: Homophily in social networks. Annual review of sociology, 415-444.
  • Petty, R. E., Cacioppo, J. T., & Goldman, R. (1981). Personal involvement as a determinant of argument-based persuasion. Journal of personality and social psychology, 41(5), 847.
  • Probst, F., Grosswiele, D. K. L., & Pfleger, D. K. R. (2013). Who will lead and who will follow: Identifying Influential Users in Online Social Networks. Business & Information Systems Engineering, 5(3), 179-193.
  • Rogers, E. (2003, 1e uitgave was in 1962). Diffusion of Innovations (5th ed.).New York, NY: The Free Press.
  • Romero, D. M., Galuba, W., Asur, S., & Huberman, B. A. (2011). Influence and passivity in social media. In Machine learning and knowledge discovery in databases (pp. 18-33). Springer Berlin Heidelberg
  • Susarla, A., Oh, J. H., & Tan, Y. (2012). Social networks and the diffusion of user-generated content: Evidence from YouTube. Information Systems Research, 23(1), 23-41.
  • Voorn, R.J.J. (2013). Node Hopping: How to increase the dissemination of branded content on social media and social network sites in particular? Workingpaper Psychology of online media. University of Twente, Enschede
  • Voorn, S.N.J. (2013). Het effect van celebrity endorsers in reclame op reclame-attitude, merkattitude en koopintentie. Ongepubliceerde workingpaper, UvA, Amsterdam
  • Watts, D. (2003). Six degrees of interconnection. Wired Magazine, 136.
  • Watts, D. J., & Dodds, P. S. (2007a). Influentials, networks, and public opinion formation. Journal of consumer research, 34(4), 441-458
  • Watts, D. J. & Peretti, J. (2007b). Viral marketing for the real world. HarvardBusiness Review May, 22–23.
  • Wu, M. (2010). The 90-9-1 Rule in Reality. Retrieved on March 27, 2013, from https://lithosphere.lithium.com/t5/science-of-social-blog/The-90-9-1-Rule-in-Reality/ba-p/5463

Interessante content? Bekijk hier alle artikelen in de special Influencermarketing

Credits afbeelding: http://www.gratisography.com/, licentie: CC BY (Commercieel hergebruik, inclusief aanpassing)

Delen

0
5


Er zijn 3 reacties op dit artikel

  • "Een ‘influencer’ schakel je dus niet in voor de viraliteit van je branded content."

    Dit is het probleem. Dit is de reden dat vele marketeers influencers inzetten. Het is gewoon met hagel schieten.

    geplaatst op
  • Dank je voor dit goed gedocumenteerde artikel Ronald. Ben je bekend met onderzoek van Christakis en Fowler naar besmettelijk gedrag, invloed en social network theory? Die mis ik nog in je literatuurlijst.

    geplaatst op
  • Hi Suzanne, dank voor je vriendelijke woorden. Ik ben inderdaad bekend met het werk van Christakis en Fowler zoals bvb hun paper over obesity uit 2007. Die heb ik hier bewust niet vermeld omdat daarover nogal wat controverse bestaat. Zie bvb deze link http://andrewgelman.com/2011/06/10/christakis-fowl/

    geplaatst op

Plaats zelf een reactie

Log in zodat je (in het vervolg) nóg sneller kunt reageren

Vul jouw naam in.
Vul jouw e-mailadres in. Vul een geldig e-mailadres in.
Vul jouw reactie in.

Herhaal de tekens die je ziet in de afbeelding hieronder


Let op: je reactie blijft voor altijd staan. We verwijderen deze dus later niet als je op zoek bent naar een nieuwe werkgever (of schoonmoeder). Reacties die beledigend zijn of zelfpromotioneel daarentegen, verwijderen we maar al te graag. Door te reageren ga je akkoord met onze voorwaarden.