Innovatie: het verschil tussen succes en faillissement

Innovatie: het verschil tussen succes en faillissement

De oplage van betaalde kranten blijft schrikbarend dalen, zo liet NU.nl onlangs weten. De roep om innovatie is in deze sector nooit zo sterk geweest als tijdens het afgelopen halfjaar, waarin initiatieven als De Correspondent en Blendle het licht zagen. Deze startups werken hard door aan hun eigen succes, maar waarom zien we dan steeds zoveel gevestigde bedrijven dagelijks struikelen? Het antwoord: een gebrek aan innovatie binnen de eigen organisatie.

We zien veel grote bedrijven als logge en complexe organisaties waar de dynamiek niet vanaf springt. Verbaasd zijn we dan ook niet meer als grote merken als Polare, Siebel of Free Record Shop omvallen. Of als we de conclusie moeten trekken dat betaalde kranten de weg naar boven nog niet hebben gevonden. Allemaal bedrijven die niet volledig mee konden in de veranderende wereld om hen heen. 

Continu vernieuwend zijn

Innoveren is een proces dat de hele organisatie betreft. Te vaak nog zien we innovatie als het aanpassen van de organisatie naar de huidige tijd. We roepen om digitalisering: want iedereen verkoopt toch online? Of we zetten alles op alles om de ‘klant centraal te stellen’, nog zo’n pijler van innovatief ondernemen die het doel mist. Waar innovatie voor bedrijven echt om draait, dat vergeten we.

In mijn ogen wil innovatie zeggen dat je continu alles op alles zet om vernieuwend te zijn. Dat betekent dat je in veel gevallen verder moet gaan dan het aanpassen van enkele onderdelen van je organisatie. Dat je jezelf continu af moet vragen of het product of de dienst die je levert nog wel relevant is - en nog belangrijker: blijft. Dat geldt ook voor ons, want bij Albelli vragen we ons regelmatig af of mensen over vijf tot tien jaar nog wel fotoboeken maken. Of mensen überhaupt in de toekomst nog wel foto’s afdrukken. Een antwoord op die vraag hebben we (nog) niet. Maar alleen al het stellen ervan draagt bij aan de doorontwikkeling van nieuwe producten of een nieuwe manier van werken. 

Om innovatie als doel vast te houden en daadwerkelijk vernieuwend te zijn, denk ik dat een bedrijf rekening moet houden met de volgende drie aspecten.

1. Een product is nooit af

Het kan natuurlijk zo zijn dat je nu een product hebt of een dienst levert waar iedereen helemaal gek op is. Denk bijvoorbeeld aan de hoogtijdagen van Nokia. De vraag naar je producten is groot, dus je hebt de indruk dat wat je aanbiedt goed is.

Deze vraag en interesse kunnen echter ieder moment verdwijnen, iets waar veel bedrijven hun ogen voor sluiten. Ga er nooit vanuit dat wat je levert toekomstbestendig is. Vraag je, zoals aangegeven, altijd af of je product of dienst nog wel relevant is. Moet je aanpassingen doorvoeren aan je laatste telefoonmodel of moet je terug naar de tekentafel om met een hele nieuwe manier van het bouwen van een telefoon komen?

Phonebloks-concept - bron afbeelding: Wikimedia

2. Het tempo van de maatschappij

Dat startups al snel worden bestempeld als innovatief, is geen verrassing. Zij danken hun bestaan vaak aan een (persoonlijke) frustratie over iets dat mist in de markt, dus komen ze vaak met een nieuw of zelfs vernieuwend product. Nu kan een organisatie als Polare wel een startup op het gebied van uitgeven of e-reading overnemen, maar daarmee is het bedrijf niet ineens innovatief bezig.

In mijn ogen zit innoveren juist in de manier waarop een startup te werk gaat en omgaat met de snelheid waarin de maatschappij overstapt op nieuwe producten of diensten die beter, sneller of mooier zijn. Startups testen, falen en blijven doorontwikkelen om dat tempo van de maatschappij bij te kunnen houden en nooit achter de feiten aan te lopen. Dat is iets waar de grote corporates nogal eens in grossieren. De uitdaging voor bedrijven is dus om mee te gaan in dit tempo om gelijke tred met vernieuwingen in producten of diensten te houden.

3. Kennis resulteert in vernieuwing

Tot slot valt er ook een kanttekening te plaatsen bij vernieuwing. Innovatie of vernieuwing wil niet zeggen dat iedereen altijd op zoek moet zijn naar ‘the next big thing’. Toen Larry Page en Sergey Brin met Google kwamen, waren ze niet de allereerste zoekmachine. Sterker nog, er waren zeker zeventien anderen die hun voor zijn gegaan.

Maar wat deze jongens anders maakte, was dat ze de kennis hadden om het product vernieuwend, eenvoudig en haast perfect neer te zetten. Tegelijkertijd wordt er constant gesleuteld aan vernieuwingen vanuit Google, zowel in de zoekmachine als op steeds meer andere vlakken. Hetzelfde geldt voor Tom Preston-Warner, een van de mensen die GitHub lanceerden. De reden dat hij dit succesvolle platform voor ontwikkelaars op de markt bracht, was omdat hij extreem bedreven was in Git, software die op dat moment betrekkelijk nieuw was.

Organisaties moeten beseffen dat het tempo waarin de wereld om hen heen zich ontwikkelt, vraagt om een constante focus op innovatie. Op de (middel)lange termijn is de lijn tussen succes en faillissement erg dun en wordt deze bepaald door innovatie.

Credits afbeelding: Gavin Tapp, licentie: CC BY (Commercieel hergebruik, inclusief aanpassing)

Geplaatst in

Delen

0
0


Er zijn 0 reacties op dit artikel

Plaats zelf een reactie

Log in zodat je (in het vervolg) nóg sneller kunt reageren

Vul jouw naam in.
Vul jouw e-mailadres in. Vul een geldig e-mailadres in.
Vul jouw reactie in.

Herhaal de tekens die je ziet in de afbeelding hieronder


Let op: je reactie blijft voor altijd staan. We verwijderen deze dus later niet als je op zoek bent naar een nieuwe werkgever (of schoonmoeder). Reacties die beledigend zijn of zelfpromotioneel daarentegen, verwijderen we maar al te graag. Door te reageren ga je akkoord met onze voorwaarden.