maandag 30 juli 2007, 9:30 uur
77 procent jeugd liever zonder tv dan zonder internet
Een onderzoek van de Canadese denktank New Paradigm laat een interessante verandering in mediavoorkeur onder jongeren zien. 77 procent van de online-jeugd zou liever leven zonder televisie dan zonder het internet. Dat is op zich niet heel verbazingwekkend, schrijft Sandrine Plasseraud op haar weblog.
In totaal werden 7600 jongeren in de leeftijd van 16 tot 29 ondervraagd. In China zijn ze nog wat doller op het internet: daar koos 87 procent voor het internet en 13 procent voor tv als onmisbaar medium. Een andere, voor marketeers interessante bevinding:
‘73% globally say that if a company makes untrue promises in its advertising, they will tell their friends not to buy its products.’
Uitkijken geblazen dus, voor die spraakzame jongere. Een van de analyses die de onderzoeksresultaten zouden moeten verklaren, was dat tv een passief medium is, dat geen betekenisvolle participatie kan bieden. En kennelijk is dus de drang naar betekenisvolle participatie een belangrijke doorslaggevende factor voor het dumpen van tv als onmisbaar medium. Of het kiezen van internet als belangrijkste medium.
Nu zouden we misschien kunnen zeggen: ‘Wat is tv?’ En: ‘Wat is internet?’ Is het niet allang zo, dat tv is opgegaan in het internet, en andersom. Wat is de waarde van zo’n onderzoek als we weten dat er mensen zijn die alleen maar via uitzendinggemist.nl de programma’s kijken die ze interessant vinden.
Het grootste probleem met internet is voor veel mensen nog dat ze er niet relaxed voor kunnen gaan liggen. Als 'liggende' navigatie en input straks ook gemeengoed zijn, zal het erg hard gaan. En tegen die tijd is de convergentie van pc en tv ook al achter de rug inderdaad.
Maar ik hoor wel steeds vaker mensen zeggen dat ze het ongemak van werken aan een desktop voor lief nemen. Internet biedt simpelweg meer mogelijkheden en vrijheid.
Bedrijven gaan het ook inzien, dat 'genuine' van belang is, ook in het geval van corporate blogs: http://tinyurl.com/353eb2
Kon het voor het tijdperk van de spraakzame jongere dan wel door de beugel om foute en leugenachtige claims te doen in reclame-uitingen?