Media:tijd

Kijken Nederlanders vandaag de dag nog op de klassieke manier tv (lineaire, live)? Of doen ze dat wanneer het hen uitkomt (uitgesteld, on demand)? Gebruiken ze hun smartphones en tablets altijd en overal? En hoe lezen ze kranten en luisteren ze naar de radio? Op de ‘ouderwetse’ manier of via internet (websites en apps)? Uit het reguliere SCP-tijdsbestedingsonderzoek is op hoofdlijnen bekend waaraan mensen hun tijd besteden. Dat onderzoek biedt echter te weinig mogelijkheden om het mediagebruik verder uit te diepen.

Samenwerking

Samen met de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en de media-onderzoeksorganisaties voor tv (Stichting Kijkonderzoek, SKO), radio (Nationaal Luisteronderzoek, NLO), print (Nationaal Onderzoek Multimedia, NOM) en online (Stichting Internetreclame, STIR) doet het SCP een nieuw mediaonderzoek. Het veldwerk vond najaar 2013 plaats.

Alle mogelijke verschijningsvormen

Wat verstaat men onder media? De snelle ontwikkelingen en verdere verwevenheid tussen media en communicatie hebben de definitie van media enorm verbreed. Door de opkomst van slimme televisietoestellen en slimme telefoons vervagen bijvoorbeeld de grenzen tussen de ooit gescheiden online en offline wereld, tussen oude en nieuwe media, tussen persoonlijke communicatie en massacommunicatie. Bovendien verweven traditionele media- en communicatiekanalen zich verder met elkaar (convergeren). Het nieuwe mediaonderzoek dekt de klassieke vormen van mediagebruik: televisie, radio en print. Maar dan wel in alle mogelijke verschijningsvormen: online of offline, lineair of on-demand, via mobiele apparaten of vaste toestellen. Ook neemt het onderzoek het communiceren via media mee, zoals sociale netwerksites en berichtenuitwisseling op mobiele telefoons.

Dagboekje

‘Media:Tijd’ is een dagboekonderzoek. Mensen houden een bepaalde periode al hun media-activiteiten en de daaraan bestede tijd bij in een dagboekje. Per 10 minuten vullen ze in wat ze hebben gedaan. Hiervoor gebruiken ze een lijst met categoriën. Zowel de media-activiteit zelf (kijken, luisteren, lezen) als de drager of apparaat (op papier, via tv-toestel, smartphone) worden genoteerd. Ook is van een aantal media-activiteiten de content uitgevraagd (welke tv-programma’s, krantentitels, websites). Met aanvullende vragen brengt het onderzoek ook de kortdurende (sociale) media-activiteiten op een dag in kaart.

Om dit document te downloaden moet je ingelogd zijn. Niet geregistreerd? Registreer je dan hier.