In alle opzichten is 2012 het jaar van sociale media. Dat was op voorhand al duidelijk, al was het maar, omdat Facebook naar de beurs gaat. Bij een verwachte kapitalisatie van om en nabij 100 miljard wordt Facebook de digitale fastfood-pendant van de McDonald’s-keten. Beide ondernemingen zijn even groot en kenmerken zich door dezelfde snack-cultuur: massaal, toegankelijk, snel en veel. Facebook, Twitter, LinkedIn, Tumblr, Flickr, YouTube, Google+ en nog zoveel meer sociale media absorberen alle aandacht, ze vormen onze belevingswereld en ze bevatten meer dan voldoende kennis en informatie om er doorlopend een dagtaak aan te hebben.

Begin maart stond EW73 in het teken van het nieuwe Microsoft. De focus lag toen op mobile social gaming en op Z2Live, in 2009 opgericht door Microsoft- en Xbox-veteraan Damon Danieli, die er nu CTO is. In het verlengde van Z2Live is inmiddels jujuPlay ontstaan,  “The Next-Gen social gaming community on iPhone, iPod Touch & iPad”. Een treffende parallel met de opdracht die Microsoft sinds kort aan zichzelf en aan klanten geeft. “Be What’s Next” (YouTube)  luidt de nieuwe slogan. Zo snel mogelijk de toekomst in huis halen, met als verklaarde trigger het tablet-succes van de iPad.

Een herhaling van het Wirtschaftswunder wordt het niet, maar in Duitsland verwacht men wel een Jobwunder (banenwonder), met nota bene volledige werkgelegenheid in het verschiet. Een rapport van de Bertelsmann-Stiftung heeft de hoop weer doen opleven, maar Stern gelooft er niet zo in en vindt juist dat het veel besproken Jobwunder in gevaar is. In Amerika zijn de vooruitzichten ook niet positief en is economische groei zelfs “ongewoonlijk onzeker”, aldus FED-chef Ben Bernanke. Mijn vrienden van Kapitalschutz Akte wisten het vanmorgen wel. Ongewoonlijk opvallend is namelijk het magere aantal ondernemers in de regering Obama. Het rijtje sinds de eerste Roosevelt aan het begin van de vorige eeuw is als volgt:

Sinds de eerste Web 2.0-conferentie in 2004 is de digitale mediaïsering geëxplodeerd, met name via zogeheten sociale media. In drie perioden van tien jaar heeft de focus van het World Wide Web zich verdiept en verbreed van pagina’s (1994) via mensen (2004) naar uiteindelijk onze leefwereld en belevingswereld. Er zijn een paar honderd miljoen websites, een paar miljard mensen zijn online en in 2013/14 verwachten we een biljoen (trillion) apparaten en sensoren op het web.  Zo geven we onze evolutie vorm: wij zijn het web; het is onze wereld.

Onder het “Reinventing General Motors”-programma  heeft het Amerikaanse autoconcern zich een jaar lang opnieuw uitgevonden eer het 18 november opnieuw naar de beurs ging. Met een IPO van ruim 23 miljard dollar was dit de grootste beursgang in de Amerikaanse geschiedenis. Mooiere auto’s, opnieuw ontworpen, kleiner, zuiniger, nieuwe materialen, uiteindelijk elektrisch en minder merken. Zonder een serieus vernieuwingsprogramma in deze richting was de regering-Obama niet bereid om de nationale trots die GM was en is, te redden.

De slogan “Don’t Be Evil” is zo’n tien jaar geleden bedacht bij Google. Deze “mutualistische symbiose”, zoals biologen het noemen, werd in de Web 2.0-tijd flink bediscussieerd. Het crisiscomplex waar we nu in zitten, rechtvaardigt het om “2.0” en “Don’t Be Evil” door te trekken naar de triple bottom line van People, Planet en Profit. In onze nieuwe biotoop is het namelijk de hoogste tijd voor andere sociaal-maatschappelijke verbanden, een gezond ecosysteem en een nieuwe economie. Digitaal en duurzaam is daarbij het leidmotief.

Het ministerie van “Infrastructuur en Milieu” bewijst wel hoe innig economie en ecologie verbonden zijn. Het nieuwe IenM is een fusie tussen VenW en VROM. Vijf entiteiten – verkeer, waterstaat, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer – teruggebracht tot twee: tel uit je winst van grote-stappen-snel-thuis. Op de site straalt de hechtere samenhang ervanaf. “Mobiliteit en milieu horen bij elkaar”. Zo is het nou precies. “Samenhang in ruimtelijke plannen en projecten verbetert de bereikbaarheid, alsmede de kwaliteit van lucht, water en bodem”. Afgaand op de volgende topprio, blijft dat laatste nog maar afwachten.

Een gadget kan van alles zijn. Gadgets kunnen een waaier aan kwaliteiten bezitten, in alfabetische volgorde uiteenlopend van cheap, common, complex, electric, electronic, ergonomic, expensive, eye-catching, fashionable, fun, functional, iconic, handy, ingenious, innovative, ironic, mechanical, micro-electronic, necessary, physical, practical, secret, serious, simple, small,  technical, unique, unnecessary tot virtual. Het is niet raar om de nieuwste Ferrari een gadget te noemen maar de kwalificatie gaat ook op voor een handig keukenhulpje en voor geinige of slimme accessoires van uiteenlopende aard. Ongetwijfeld spant de wereld van spionage en geheim agenten de kroon als het gaat om gadgets.

Ruim 10 jaar terug, ongeveer in de digitale Middeleeuwen, publiceerde Informing Science: The International Journal of an Emerging Transdiscipline het “seminal”, zeg maar kiem-artikel Human Information Behavior. Hier begon het allemaal. Informatiegedrag, aldus de eminente auteur Tom Wilson, staat pas sinds 1948 op de agenda. Dat was dus de digitale prehistorie, wellicht verder weg nog dan het Pleistoceen. (Verderop ziet u waarom ik dit zeg.) Indertijd had het omineuze begrip Human Informaton Behavior volgens Tom de volgende drie componenten: opzoeken (seeking), doorzoeken (searching) en natuurlijk het gebruik (use) van informatie. Maakt je nieuwsgierig naar wat informatiegedrag nu eigenlijk is. Daarover zegt Tom:

Vijfendertig jaar na de oprichting op 1 april 1976 had Apple Inc. in 2011 de hoogste waarde van alle merken ter wereld (ook hier op Marketingfacts). Het was de eerste keer, dat Apple de prestigieuze Brandz Top 100 aanvoerde. En nog wel op een drievoudig eenmalige manier, afgezien van het ongeëvenaarde stijgingstempo sinds de eerste Brandz-lijst in 2006. Toen stond Apple op nummer 29, om in slechts zes jaar te klimmen naar een eenzame hoogte.