Retailers staan onder druk van de prijsvechters op internet. De elektronicaboer moet het tegenwoordig volgens mij vooral van service hebben. De huidige generatie elektronica is de storingsgevoeligste ooit. Laptops, mobiele telefoons en zelfs auto’s bezitten steeds meer elektronica, waardoor de kans op storing steeds groter wordt. Over problemen met de ‘next-gen consoles’ staat het internet volgeschreven, het aantal XBox-en en Playstation’s die het nog wel doen lijkt in de minderheid. Daar liggen kansen zou je zeggen, bijna iedere klant heeft wel een aantal producten die het eind van hun garantietermijn niet hebben gehaald. Bovendien stijgt het aantal producten in het gemiddelde huishouden. Het tegendeel is echter waar, wie fora, shopreviews en social media afspeurt ziet dat online retailers het steevast beter doen. Webcare is dan slechts symptoombestrijding, in plaats van een remedie.
Joseph Turow geeft een kritische blik op de mogelijkheden en gevaren van database marketing en niche targetting. De twee zijn ontzettend in opkomst en vooral mogelijk geworden door het internet. We hebben allemaal zorgen over wat grote bedrijven met de informatie die ze over ons verzamelen doen. Echter is het bijna iedereen onduidelijk wat dat dan zou kunnen zijn. In Niche Envy probeert Turow antwoorden op die vraag te vinden.
Het boek Creative Explorations, New approaches to identities and audiences van David Gauntlett beschrijft een bijzondere nieuwe manier voor identiteitsonderzoek. “Identiteit is een belangrijk onderwerp van discussie geworden. Marketing uitingen proberen invloed uit te oefenen op die identiteit of aan te sluiten bij een groepsidentiteit. We worden gewaarschuwd voor identiteitsdiefstal, maar dat gaat dan weer over data, het stelen van een volwaardige identiteit zal zelfs de beste dief niet lukken.”
Identiteitsonderzoek heeft dus grote waarde, maar de oude onderzoeksmethode, vooral het media-effects-model kijkt naar verkeerde onderdelen. Daarom stelt Gauntlett nieuwe creatieve methodes voor. Gauntlett wil toe naar een identiteitsconstructie door het subject zijn identiteit met de hand te laten maken. In eerste instantie onderzoekt Gauntlett zijn methode aan de hand van LEGO.
Ongeveer een jaar geleden kwam The Future of the Internet (gratis te downloaden) van Jonathan Zittrain uit, maar kreeg hier tot op heden nog weinig aandacht. Onterecht, wat mij betreft. Zittrain schrijft wellicht een te technisch (nerdy) boek, maar de zorgen die hij uit, zijn wel degelijk van belang.
Volgens Zittrain is door ‘generativity’ het web geworden wat het is. Met generativity bedoelt hij de mogelijk om zonder afhankelijk te zijn van de makers zelf toe te voegen, aan in dit geval het internet. Doordat bedrijven een steeds grotere vinger in de pap krijgen staat die generativity onder druk. Denk bijvoorbeeld aan Apple die iPhone applicaties goed moet keuren, alvorens ze in de App store verschijnen.
De zomer komt er weer aan, en dus zal Marco Derksen ongetwijfeld weer een boekenlijstpost plaatsen. Daarop vooruitlopend en daarop inhakend een viertal boekrecensies van mijn hand de komende maand: The Future of the Internet,, Niche Envy,Creative Explorations, maar om te beginnen Tribes.Tribes is het nieuwste boek van marketinggoeroe Seth Godin, bekend van Purple Cow, Meatball Sunday en The Dip. Tribes gaat over groepen en leiderschap, en is mijns inziens een van zijn betere werken.
De essentie van het boek is in quote samen te vatten; “You can’t have a tribe without a leader, and you can’t be a leader without a tribe”. Volgens Godin was het nog nooit zo makkelijk om een leider te worden. Ten eerste is er een wildgroei aan tools (Twitter, Facebook, Ning, Meetup, etc..), die je kunnen helpen een ‘tribe’ (stam) te organiseren. Ten tweede is het veel makkelijker een wereldwijd publiek te bereiken en groeien kon nog nooit zo snel. Daarom zijn ook relatief kleine groepen levensvatbaar.
Waarschijnlijk mede door het charismatische karakter van- en gezag voor Chris Anderson heeft het lang geduurd voordat er serieuze kritiek kwam op The Long Tail. Maar bijna 2 jaar later was het dan zover; deze zomer kwam de wetenschapster Anita Elberse met het artikel "Should You Invest in the Long Tail?". Elberse concludeerde aan de hand van gegevens van Nielsen, de muziekdienst Rhapsody en de dvd-verhuurder Quickflix, exact het tegenovergestelde dan Anderson over The Long Tail. Heel even leek het erop alsof de discussie rond The Long Tail los zou barstten. Anderson reageerde op zijn blog dat Elberse's definitie van 'kop' en 'staart' niet overeenkwamen met de zijne en dat zij over percentages schreef in plaats van absolute getallen. Genoeg om over te discussiëren zou je zeggen, maar de vakantie kwam en het viel het stil.
Google presenteerde deze week de eerste resultaten van neurologisch onderzoek naar mogelijkheden om munt uit YouTube te slaan. De resultaten zijn overtuigend. Door transparante beeldmerken met de video te vermengen, wordt de emotionele betrokkenheid, brandrecognition en vooral effectiviteit van de campagne verhoogd. Google’s missie om alle informatie ter wereld inzichtelijk te maken kent geen grenzen. En, de consument vindt de advertenties minder irritant, zo meldt Google blij.
Wat een prachtige troefkaart voor de structuralisten dacht ik onmiddellijk. “De dood van de mens” van Michel Foucault galmde door mijn hoofd. De mens die zich opsluit in zijn eigen structuur, waarbij het uiteindelijk de structuur is die de mens dicteert in plaats van andersom.
Op geologische schaal fragmenteert de wereld. De voormalige Sovjet Unie brokkelt nog steeds verder af, de Balkan, Irak en zelfs België vallen uiteen. Burgers overstijgen de afbakening van traditionele landsgrenzen en klonterten weer samen in nieuwe groepen. Die groepen worden gevormd op basis van, bijvoorbeeld, religie, maar ook religie fragmenteert. Als een pulserende beweging vallen ook die groepen weer uit elkaar, en zoeken ze nieuwe groepen binnen of buiten hun segment. Geologische ligging lijkt daarin een steeds kleinere rol te spelen, mede dankzij nieuwe media die wereldwijde communicatie gemakkelijk maken.
Op internet wordt een fysieke barrière weggenomen, waardoor fragmentatie vrij spel krijgt. Alleen rondom producten van Apple zijn er al tientallen (honderden?) communities.
Internetcommunities vieren momenteel hun jubilea, en een hoop daarvan zijn in hun pubertijd terecht gekomen. ‘Een puber verandert tussen ontbijt en diner minimaal 5 keer van identiteit’ (David Gauntlett in Creative Explorations). De meeste communities komen op een moment in een identiteitscrisis. De oude garde matched niet met deze nieuwe jonge honden.
Wat is de waarde van een reproduceerbaar product? Waarom zou je een product willen bezitten als het altijd en voor iedereen beschikbaar is? Wat is überhaupt een product? Producten zijn altijd in ontwikkeling, zelfs het label “beta” wordt er pas jaren na de lancering vanaf gepeuterd. Bovendien worden veel producten gepersonaliseerd, waarmee hét product verdwijnt. Oftewel: wie zich nog richt op een product komt vroeg of laat buitenspel te staan.
De muziekindustrie is daar een goed voorbeeld van, want ironisch genoeg lijkt de toekomst te liggen in het streamen van muziek. Al die jaren hebben de platenbazen met hand en tand ‘hun’ product proberen te verdedigen, maar welke consument is (in de toekomst) nog geïnteresseerd in een enkel bestand?
De afgelopen jaren stond de zin van reageren ter discussie. Reinder Rustema schreef voor De Nieuwe Reporter “Krantensites moeten geen reacties toestaan onder artikelen”. Het is te gemakkelijk een quote te scoren op een van de bekende sites, maar het staat als een paal boven water dat de meerderheid van de reacties op nieuwssites niet bijdragen aan de beoogde discussie. Zoals ik al eerder schreef, is de online discussie (grotendeels) slechts een illusie. Hoe breder de website hoe lager de inhoudelijke kwaliteit van de reacties. Enkel gespecificeerde websites slagen er af en toe in inhoudelijke discussies op gang te brengen.
De column van Theo van Vugt van Molblog en Tijdschrift voor Marketing blies die discussie weer nieuw leven in. Het kost veel tijd, en levert inhoudelijk nauwelijks wat op.





