Na het eerste artikel over de zeven online uitgeefgeheimen van Mequoda, volgt hier geheim c.q. strategie nummer twee: ‘Choose the right business models’. Een moeilijke opgave, mochten de juiste modellen er überhaupt zijn. De waarde van dit geheim zit ‘m vooral in de busines model-archetypen die worden onderscheiden. Deze archetypen zijn bepaald aan de hand van een tweetal vragen:
- Wie betaalt de toegang tot de content, de bezoeker of de adverteerder?
- Waar is de bezoeker naar op zoek: content of commercie?
Het is aan de de uitgever te bepalen welke van de onderstaande modellen het best toegepast kunnen worden.
Ondanks lokkertjes als notebooks, digitale camera’s en LCD-televisies zijn discountsupermarkten bij de Duitse consument toch vooral succesvol vanwege de dagelijkse boodschappen: levensmiddelen, dranken en schoonmaakmiddelen.
In 2005 werd meer dan 35 procent van de uitgaven van de huishoudens gedaan in discountsupermarkten als Aldi en Lidl – die daarmee voor het eerst boven de gewone buurtwinkels uitkwamen. Slechts 9 procent van de totale bestedingen werd gedaan in de grote supermarkten.
In de ACNielsen Homescan wordt vastgesteld dat vrijwel alle huishoudens wel eens boodschappen doen bij discounters, gemiddeld 66 keer per jaar. De uitgaven voor dagelijkse boodschappen bij discounters stegen licht van 1121 euro in 2004 tot 1133 euro in 2005.
Begin deze week verscheen een nieuw Amerikaans onderzoek naar jongeren en hun gebruik van nieuwe media. Wie in het weekend inspiratie wil opdoen, kan gratis 441 pagina’s tjokvol met kwantitatieve en kwalitatieve data downloaden. Het rapport, Hanging Out, Messing Around, and Geeking Out is het resultaat van drie jaar etnografisch onderzoek en helpt uitgevers, marketeers en communicatiespecialisten met een inkijk in de jeugdcultuur: de maatschappij van morgen.
Verkopen, en niet beschrijven. Dat is de primaire functie van een Executive Summary volgens Guy Kawasaki. Omdat je maar 30 seconden hebt om iemands aandacht te trekken.
The executive summary is often your initial face to a potential investor, so it is critically important that you create the right first impression. Contrary to the advice in articles on the topic, you do not need to explain the entire business plan in 250 words. You need to convey its essence, and its energy. You have about 30 seconds to grab an investor’s interest. You want to be clear and compelling.
Zie de uitgebreide handleiding op Bona tempora volvantur
Onder de titel Seven online publishing secrets publiceerde Mequoda onlangs een whitepaper over, u raadt het al, zeven online uitgeefgeheimen c.q. ‘strategies’. Ik neem ze de komende tijd één voor één door. Om te beginnen het complete lijstje (toch maar even in het Engels, anders wordt het een beetje gezocht):
- Leverage multiple media platforms (editorial strategy)
- Choose the right business models (business strategy)
- Attract targeted website traffic (keyword strategy)
- Covert visitors into subscribers (website strategy)
- Maximize customer lifetime value (email strategy)
- Organize by platform and skill (organizational strategy)
- Manage revenue by exception (reporting strategy)
Affiliate marketing, het verkopen van goederen of diensten via de site van een derde, laat een flinke groei zien die voorlopig nog niet ten einde is. Cijfers van Brits onderzoek wijzen erop dat meer dan driekwart (78 procent) van de ondervraagden verwacht dat deze vorm van adverteren in de komende jaren alleen maar zal groeien.
Affiliate-modellen zijn performance-based: Afgezien van start- en onderhoudskosten, betaalt de adverteerder alleen commissie wanneer een product/dienst is besteld. De voordelen hiervan worden op een slimme manier benut door het Bol.com Partnerprogramma, dat site-eigenaren toestaat producten te verkopen op de eigen weblog of website.
Enkele andere conclusies uit het onderzoek:
De grote meerderheid van de actieve online kopers besteedt minstens 10 minuten aan het lezen van online reviews voordat zij tot aankoop overgaan. Veel consumenten vinden dit zelfs belangrijker dan het informeren naar de eigenschappen van producten bij winkelpersoneel. De conclusie dat customer reviews een zeer belangrijke rol spelen bij de beslissingen van de actieve online kopers, is gerechtvaardigd volgens de Social Shopping Study 2007 van e-tailing (verschijningsdatum 12 november). Jack Aaronson kreeg inzage en licht in zijn Clickz-column alvast een tipje van de sluier op.
Voor het onderzoek werden 1.200 consumenten ondervraagd die minstens vier keer per jaar een online aankoop doen en minstens 500 dollar besteden. 65 procent van deze groep valt volgens de onderzoekers in de categorie ‘social researchers’: een niet te onderschatten, internet-literate groep consumenten die actief onderzoekt voordat men tot aankoop overgaat.
Een aardig onderzoek van Hans Beyers van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Voor zijn proefschrift, dat hij vandaag verdedigt, onderzocht hij hoe de uitgever en de lezer van een krant gebruik maken van de mogelijkheden die het internet biedt. Dat deed hij door een beschrijvende inhoudsanalyse te maken van de online versies van alle Vlaamse kranten. Daarnaast hield hij twee online enquêtes om erachter te komen op welke manier mensen gebruik maken van online kranten.
Beyers’ conclusie is dat mensen die op het internet online kranten raadplegen, echte nieuwsjunkies zijn. Ze zijn vooral geïnteresseerd in snel, breaking news. Andere belangrijke redenen waarom mensen online kranten lezen, zijn het archief en de selectiemogelijkheden.
Dat Nederlandse deelname een groot sporttoernooi goed is voor allerlei bedrijfstakken, kan niemand meer verrassen. Zo drinkt een Nederlander in een WK-jaar mèt deelname van Oranje een liter of acht meer bier dan in een jaar zonder Oranjedeelname. Maar uiteindelijk zijn deze directe effecten op de economie vrij klein.
Het economisch bureau van ABN AMRO heeft een excuus gevonden om zich ook tijdens werktijd met voetbal bezig te houden en heeft gekeken of goede prestaties op het veld ook indirect een economie stimuleren. Resultaat is het rapport Soccernomics 2006. In het verleden is gebleken dat landen die wereldkampioen werden gemiddeld een 0,7% hogere economische groei kenden. Ook was bij de laatste drie WK’s de relatieve performance van de winnend finalist op de beurs een stuk beter dan die van de verliezer. Gemiddeld was er in absolute termen een positief rendement bij de wereldkampioen en een negatief rendement bij de nummer twee (+10% om -25%).
Op zoek naar een manier om voor mijn weblog wat extra traffic te genereren, maakte ik onlangs een profiel aan bij eKudos, de Nederlandse digg-kloon van Stillpoint Media waarover op Marketingfacts 15 mei 2006 werd bericht in mei dit jaar.
Bij mijn registratie bleek ik ‘kudoka’ nummer 353 te zijn, getuige mijn profielpagina. 353 mensen dus die in de gelegenheid zijn om berichten toe te voegen en eKudos te geven. Een deel van mijn toegevoegde berichten werd democratisch naar de voorpagina van eKudos gestemd. Op een dag levert mij dat op z’n best enkele tientallen unieke bezoekers op: prettig maar niet opwindend. Wel verbaas ik me erover hoe weinig er gestemd wordt en hoe weinig ‘kudos’ er nodig zijn om naar de voorpagina gepromoveerd te worden. Soms belandt een bericht al bovenaan met 5 of 6 kudos, vaak van hetzelfde groepje mensen.







