Gisteren kreeg ik een email van Jasper Koning, webredacteur van zowel Café de Liefde als Landroof, waarin hij me liet weten dat hij voor het Kenniscentrum van de VPRO een artikel had geschreven over de succesfactoren van beide VPRO-programma’s.
De website van Café de Liefde (ontwikkeld in Ning waarover Annet de Graaf al eerder schreef hier op Marketingfact) is met meer dan 1000 leden, ruim 36.000 unieke bezoekers, ruim 800 liefdesblogs, een kleine 500 foto’s en 150 video’s na slechts 3 afleveringen zeker een actieve community te noemen. Eerder werd met succes de online community van Landroof door de VPRO gestart. Ook deze site had na drie afleveringen meer dan 1.000 leden en bijna 25.0000 unieke bezoekers. Twee sites in het gratis systeem Ning, beiden met als doel om inhoud op te leveren voor een TV-programma en een levendige online community te starten. Hoe is dat succes nu te verklaren?
De 5 belangrijkste succesfactoren volgens Koning zijn: gedeelde passie, spread the love! (trek geinteresseerden naar de site), maak het doel duidelijk, filter en selecteer en als laatste, maak internet een onderdeel van het concept. Vijf eenvoudige regels die je kunnen helpen een succesvolle community neer te zetten.
En als we het dan toch over succefactoren hebben, eerder deze maand publiceerde Dion Hinchcliffe een interessant artikel met 12 best practices voor online customer communities (via Lode Broekman). Zeker ook de moeite waard om te lezen!
Dennis Hoogervorst van Young Marketing zag een jaar geleden een video van threebillion met 36 feiten over jongeren in Azië in 159 seconden. Meteen kondigde hij aan dat hij ook wel even zo'n compilatievideo over de Nederlandse markt zou willen maken en gisteravond publiceerde hij zijn video met 25 feiten over jongeren in Nederland in 213 seconden. Prachtig!

Cuil.com (uitspraak COOL) indexeert 3 maal zoveel pagina’s als google. Het bedrijfje ging vandaag live met haar zoekmachine. Het experimenteert met een frisse layout voor zoekresultaten die lijken op een krant met foto’s. Cuil probeert het makkelijk te maken om de resultaten te verfijnen door categorieën te kiezen en claimed dat de architectuur 10 maal zo weinig kost als google dat een miljard euro moet uitgeven om de honderd duizenden servers in de lucht te houden.
Toen ik het probeerde met George Bush kreeg ik 10 maal zoveel resultaten bij Google als bij Cuil en ook bij het woord marketingfacts gaf google me 10 maal zo veel als Cuil. Toch zijn het interessante mensen die het bedrijf gestart hebben.
Dit is een vraag die wij en vele andere adverteerders graag beantwoord zouden willen hebben. Daarom heeft onze collega Rick Zomer een onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van het regio-targetten in Google AdWords. Het klinkt heel mooi om als lokaal adverteerder je advertentie alleen lokaal te tonen, zodat er geen onnodig geld gaat naar de gebieden waar je (nog) niets te zoeken hebt.
We hebben een kleine enquête rondgestuurd waarin we gevraagd hebben naar de actuele plaats waar men zich op dat moment bevond. Om een statistisch betrouwbare uitspraak te kunnen doen met een foutmarge van 5% moesten er bij 6 miljoen Nederlandse huishoudens minimaal 385 enquêtes ingevuld worden. Uiteindelijk hebben we 428 ingevulde enquêtes in de database staan.
De betrouwbaarheid van het regio-targetten hangt nauw samen met de contracten die Google met de ISP’s heeft. De ISP’s leveren lijsten aan met IP adressen en hun bijbehorende locatie. Des te meer samenwerkingsverbanden Google heeft en des te vaker de lijsten geüpdate worden, des te betrouwbaarder de locatie bepaling. Niet alle ISP’s werken mee, en IP adressen willen nog wel eens wisselen per pc, dus een betrouwbaarheid van 100% is onmogelijk. Op dit moment claimt Google een betrouwbaarheid van 80% te hebben.
Afgelopen donderdag werd ik gevraagd om op BNR Nieuwsradio iets te vertellen over adverteren op internetfora. Ik was uiteraard blij met de interesse van adverteerders in verschillende vormen van online advertising, want de online mediabestedingen liggen verhoudingsgewijs nog wel flink achter op de mediaconsumptie. Maar als merken opmerkingen maken als “wat marketingeuro’s verschuiven naar online communities”, krijg ik een lichte buikpijn.
Tijdens het interview vertelde ik dat markteers snel fouten maken wanneer ze zulke acties ondernemen. Dat zijn namelijk dezelfde figuren die al jaren onze huiskamer binnen denderen met ongevraagde folders en slecht gemaakte televisiereclame. Wat gaat er gebeuren als zij ook onze internetfora of weblogs gaan betreden?
Kern van het gesprek zat hem wat mij betreft in de vergelijking met het echte leven. Online communities zijn niet anders dan fysieke gemeenschappen.
Begin juni verscheen er in de Telegraaf een groot artikel over huizensite Brixter.nl, een nieuw project van TGM. De krant van wakker Nederland vormde zo een prima uithangbord voor deze spannende site waarop iedere woningbezitter zich rijk kan rekenen. Het liep allemaal een beetje anders.
Zoals te verwachten lokte het artikel massa´s mensen naar internet om Brixter te gaan bewonderen. Er kwamen zelfs zoveel mensen op af dat de site een tijdje op zwart ging. Na het bijplaatsen van een extra server was dat probleem verholpen. Brixter liet verder weinig aan het toeval over en zette groot in op Google AdWords. Met zoveel aandacht voor een nieuwe site zal elke uitgever zich in zijn handen knijpen. Ik heb echter de indruk dat het artikel in de Telegraaf te vroeg verschenen is.
Hoewel ik zelf vooral goed ben in zeuren over hoe het niet moet, is het soms gewoon nodig om complimenten uit te delen. Zeker als een bedrijf bewijst dat het geen toeval was, maar blijkbaar structureel in het DNA van het bedrijf zit om correct en snel te reageren op e-mail. In dit geval moet ik accountancy kantoor KPMG een compliment maken.
Gisteravond is Zomergasten 2008 begonnen met Ronald Plasterk (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) als eerste gast van gastheer Bas Heijne. Na een matige start waarin zowel Plasterk als Heijne duidelijk nog in hun rol moesten groeien, werd het een boeiende uitzending waarin Plasterk een gepassioneerd onderzoeker bleek en Heijne een goed luisteraar. Heijne had wat mij betreft nog wel iets scherper mogen zijn en op bepaalde momenten kunnen doorvragen. Maar een prima start dat veel goeds belooft voor de rest van de zomeravonden!
Net als vorig jaar heb ik de uitzending gekeken terwijl ik gelijktijdig online discussieerde met anderen via Twitter en CoveritLive. Coveritlive is een live-blogging tool dat inmiddels zo’n half jaar op de markt is en voor diverse events is ingezet. Gisteravond heb ik de tool gebruikt om samen met anderen de uitzending van Zomergasten te verslaan. Jammer dat Twitter en Coveritlive nog niet zijn geintegreerd, maar wat mij betreft biedt de tool zeker mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van social tv.
Voor wie interesse heeft, het gehele script staat nog onbewerkt online op mijn priveblog upstream.nl.
Jan-Henk Bouwman van Admium liet op 18 juli via Twitter al weten dat AD NieuwsMedia de nieuwe communitysite Mijn Zoo had gelanceerd. De website moet een ontmoetingsplaats worden voor liefhebbers van dierentuinen in het algemeen en fans van Diergaarde Blijdorp in het bijzonder. Op Mijn Zoo kunnen bezoekers hun eigen foto’s, filmpjes, nieuws en weetjes plaatsen. Daarnaast kan men babbelen met andere bezoekers en vragen stellen over de dieren aan deskundigen.
Voor AD Nieuwsmedia is Mijn Zoo de vierde community website. Eerder al werden al gelanceerd Dichtbij Jou (wijk), Mijn Sportwereld (amateursport) en Unieuws (regionaal nieuws in samenwerking met RTV Utrecht).
Vooralsnog had ik me nog niet echt verdiept in Mijn Zoo, maar door een berichtje vanochtend op Dutchcowboys heb ik mezelf ook maar eens geregistreerd om een eerste indruk op te doen van deze nieuwe communitysite.

Eline Walda verwijst op Molblog naar Adapting Websites to Users, een interessant artikel in Technology Review over een recent onderzoek (pdf) van Hauser et al naar conversieverbetering op websites door de navigatie en content van de website per gebruiker aan te passen. De basis van de aanpak is het gebruik van het klikgedrag van een bezoeker vanaf het moment dat deze op de website terecht komt.
Bijzonder aan de methode in ontwikkeling is dat de onderzoekers psychologische aspecten betrekken bij de personalisering van de website. Dit is een wezenlijk verschil met bestaande methoden, waarbij primair wordt gekeken naar overeenkomsten in klikgedrag van andere gebruikers. De onderzoekers nemen de cognitieve processen als uitgangspunt. Volgens hen kun je op basis van het klikgedrag van de bezoeker vrij snel vaststellen op welke manier die bezoeker informatie graag tot zich neemt. Op basis van de zo verzamelde informatie verandert de lay-out, navigatie en content van de website. Volgens de onderzoekers zijn er zo’n tien kliks nodig om voldoende te weten te komen over de voorkeur van de bezoeker. De methode resulteert in significante conversieverbeteringen zonder te beschikken over een uitgebreid gebruikersprofiel.
























